Emerson Terinathe

One life and a million words


Een reactie plaatsen

STRIJDBARE HERDENKING ‘EXTREEM STAATSGEWELD’

Zonder offers geen strijd en zonder geen vrijheid. President John Wattilete van de Republiek der Zuid Molukken hield gisteren een scherpe toespraak bij de herdenking van het het geweldadige eind van de treingijzeling bij De Punt in 1977.

door: HILBRAND POLMAN

Ronkende motoren in de verte kondigen de komst van vertegenwoordigers van de Molukse organisaties die woensdag bij het monument op de begraafplaats de Boskamp in Assen het geweldadige einde van de treinkaping bij De Punt herdenken. Dan is het stil. Langzaam loopt de stoet naar het Moluks monument op de begraafplaats. Leden van de motorclub Satudarah vergezellen de hoogwaardigheidsbekleders. Veel van de honderden aanwezigen zo te zien nog niet geborenen toen de F-16’s over de gegijzelde trein raasden. Maar een beetje bij beetje komen er nieuwe aanwijzingen boven tafel voor de kille waarheid: de gijzelnemers zijn doelbewust geliquideerd. De Molukse gemeenschap moet daarom echt voet bij stuk houden, vindt president John Wattilete van de Republiek der Zuid Molukken (RMS). ,,Alleen herdenken is niet voldoende”, hield hij zijn gehoor van honderden Molukkers voor. ,,En ook alleen met een beschuldigende vinger wijzen is ook niet genoeg. Voor onze strijd zijn offers nodig.” De Molukkers zouden zich wel wat meer mogen laten horen, vindt Wattilete. Het onderzoek naar de gang zaken 37 jaar geleden raakt in een cruciale fase, nu er steeds meer uitlekt over de gang van zaken des tijds. Gisteren onthulde De Volkskrant een document waaruit blijkt dat de mariniers niet moesten schieten op terroristen, totdat er zekerheid beztond over hun identiteit. De Tweede kamer moet daarom volgens Wattilete alsnog doe wat zij in 1977 achterwege liet: een parlementaire enquête uitvoeren naar de gang van zaken.

President Wattilete tijdens de herdenking 6 van De Punt 2014

President Wattilete tijdens de herdenking 6 van De Punt 2014

‘Wattilete betuigt respect aan gedode gegijzelden’.

Door uitgebreid stil te staan bij de 2 gegijzelden die zijn omgekomen op 11 juni 1977, voerde Wattilete de druk op de Tweede Kamer verder op. Wattilete herdacht de 19 jarige Ansje Monsjou en de 40 jarige Rien van Baarsel, die in de kogelregen stierven, samen met de 6 kapers.
,,Ook Ansje Monsjou en Rien van Baarsel waren slachtoffer van extreem staatsgeweld”, verklaarde Wattilete. Het was de eerste keer dat de gedode gegijzelden zo uitgebreid werden herdacht. ,Dit getuigt van respect voor deze gevallenen”, vindt Karel Wielenga. ,, Nu zijn ook deze gegijzelden niet voor niets gestorven.” Wielenga zat in december 1975 in gegijzelde trein bij Wijster. Hij zocht contact met de ouders van de gijzelnemers, verdiepte zich in de achtergronden van de RMS en woont al jaren de herdenkingen bij van het einde van de kaping bij De Punt.

 

 

Bron: Leeuwarder Courant


Een reactie plaatsen

Korte column: Overdenking

Korte column: Overdenking

treindepunt_nieuwVandaag wordt het voor mij een zware dag, waarin het afscheid nemen en het herdenken van hen die niet meer in ons midden zijn, centraal staat. Vandaag herdenken wij, de Molukse gemeenschap en de Nederlandse nabestaanden, dat het 37 jaar geleden is, dat de treinkaping bij De Punt op een gewelddadige manier is beëindigd. De treinkapers werden geëxecuteerd, waarbij ook Nederlandse gegijzelden om het leven kwamen door Nederlands vuur.

Zowel de Molukse als de Nederlandse nabestaanden eisen volledige openbaarheid van zaken, van wat er exact in de trein heeft afgespeeld. Immers, liquidatie werd altijd ten stelligste ontkend, terwijl het onderzoeksrapport van Jan Beckers heeft aangetoond dat er buitensporig veel (onnodig) geweld is gebruikt, waarbij de kapers opzettelijk om het leven werden gebracht.

Vanaf het moment dat het onderzoeksrapport Air Mata Kebenaran verscheen, vorig jaar juni, is er veel gebeurd. De nabestaanden van de omgekomen treinkapers bereiden, middels advocaat Zegsveld, een rechtzaak voor tegen de Nederlandse Staat. Tevens zijn er ook Kamervragen gesteld aan minister Opstelten. De antwoorden worden voor december 2014 verwacht.

Vandaag neem ik ook afscheid van een dierbare vriend, Acacius Hendrik. Een jongeman die, in de bloei van zijn leven, ineens kwam te overlijden. Geheel onverwacht. Zijn overlijden bewijst eens te meer dat het leven betrekkelijk is. Dat niks zeker is in het leven. Dat we het leven moeten vieren, elke dag weer, want we weten niet wanneer het voorbij is.

Ik mis Acacius. Gek eigenlijk om dat te zeggen, terwijl ik hem al een paar jaartjes niet had gezien. Maar toen wist ik dat hij er nog gewoon was. We bleven contact houden via FB, whatsapp etc. Maar nu is hij er niet meer en dat voelt zo onwerkelijk. Niet alleen voor mij, maar ook voor zijn familie, gezin en beste vrienden. Zo sprak ik hem begin juni en ineens is hij er niet meer.

15753_1230149926321_3856619_n


Mensen zeggen: “Gods wegen zijn ondoorgrondelijk” en “Dit was een plan van God.” Ik ben het daar niet mee eens. Überhaupt om God er overal bij te betrekken. Waarom zou God een liefdevolle vader van zijn kinderen afnemen? Een liefdevolle partner voor zijn vriendin? Een broer afnemen van zijn broertje? Een zoon afnemen van zijn ouders?

Wat ik wel weet, is dat Acacius nu bij Hem is. Dat hij nu geen pijn meer heeft, maar bovenal dat hij over zijn gezin blijft waken. Acacius, kawan, vanavond kom ik samen met jouw jeugdvrienden uit Assen en Bovensmilde naar jouw troostdienst om jou nog voor de laatste keer te zien. Om jou de laatste eer te bewijzen. Een laatste groet. Dit is geen afscheid maar een tot ziens, want ooit zullen we elkaar weer zien aan de overkant.

Rust in vrede kawan.


1 reactie

Nabestaanden treinkapers klagen staat aan

Nabestaanden treinkapers klagen staat aan

BOVENSMILDE De nabestaanden van de bij de treinkaping bij de Punt omgekomen Molukse kapers klagen de Nederlandse staat aan. Dat wordt vanavond bekendgemaakt tijdens een herdenkingsbijeenkomst.

,,Wij willen weten wat er is gebeurd. De waarheid moet op tafel,” zegt Marco Papilaja uit Groningen. Papilaja is neef van kapingsleider Max Papilaya en woordvoerder van de nabestaanden. Volgens hem staan op een na alle families achter het besluit de staat aan te klagen.

Het was voor de nabestaanden geen gemakkelijk besluit stappen tegen de staat te ondernemen”, zegt Papilaja. ,,De mensen zijn zich er van bewust dat tijdens de procedure weer veel emoties naar boven komen. Maar de doorslag geeft dat zij willen weten wat er echt is gebeurd. Er zijn nu zo veel tegenstrijdige berichten.”

De treinkaping in De Punt in 1977 duurde van 23 mei tot 11 juni. Negen jonge Zuid-Molukkers hielden 51 gijzelaars in de trein vast. Bij de bevrijdingsactie in de vroege ochtend vielen acht doden: zes kapers en twee gegijzelden.

Volgens journalist Jan Beckers, die samen met kaper Junus Ririmase onderzoek deed naar de afloop van de treinkaping, is daarbij buitensporig geweld gebruikt door mariniers. Hij concludeerde in het juni vorig jaar door Dagblad van het Noorden naar buiten gebrachte rapport, dat mariniers enkele gewonde Molukse kapers hebben geëxecuteerd.

Civiele procedure

De belangen van de Molukse nabestaande worden behartigd door de mensenrechtenadvocate Liesbeth Zegveld. In overleg met haar is besloten tegen de staat een civiele procedure aan te spannen. ,,Het gaat ons er om wat er is gebeurd.”

Aanvankelijk zag minister Ivo Opstelten (VVD, Veiligheid en Justitie) geen grond om naar aanleiding van de bevingen van Beckers onderzoek te doen naar de beëindiging van de kaping. Na politieke druk besloot hij alsnog de feiten aan een inhoudelijk (archief)onderzoek te onderwerpen.

 

MEER INFO? KOM VANDAAG NAAR DE HERDENKING IN ASSEN EN BIJEENKOMST IN BOVENSMILDE!!!

 

Bron: Dagblad van het Noorden


Een reactie plaatsen

FBI ging uit van liquidatie Molukkers bij treinkaping in 1977

FBI ging uit van liquidatie Molukkers bij treinkaping in 1977.

Het Britse ministerie van Defensie en de Amerikaanse FBI veronderstelden indertijd dat Nederlandse mariniers Zuid-Molukse treinkapers hebben geliquideerd bij de beëindiging van de treinkaping in De Punt, vandaag 37 jaar geleden. Dat blijkt uit tot voor kort geheime overheidsdocumenten.

‘Uit al het bewijs is duidelijk dat de mariniers de bedoeling hadden om de terroristen allen te doden, of zoveel als mogelijk, om achteraf problemen in de rechtbank te voorkomen’, berichtte de Britse militaire attaché in Den Haag na afloop van de bestorming aan zijn superieuren.

Op 11 juni 1977 bestormden mariniers van de Bijzondere Bijstands Eenheid (BBE) een door Zuid-Molukkers gekaapte trein bij het Drentse De Punt. Acht inzittenden kwamen daarbij om het leven: twee gegijzelden, zes van de negen treinkapers. In Molukse kring is sindsdien gesteld dat de kapers doelgericht zijn gedood. Wegens toenemende twijfels over het geweldgebruik laat minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) momenteel archiefonderzoek doen naar de bestorming. De uitkomst wordt voor 1 december verwacht.

Geweldsinstructie
Eén van de vragen die Opstelten nu na 37 jaar onderzoekt: met welke geweldsinstructie zijn de mariniers de trein in gestuurd?
Precies dezelfde vraag probeerden de Britten en Amerikanen al te beantwoorden in de zomer van 1977. Beide landen waren betrokken bij de voorbereiding van de bestorming. Zo brachten commando’s van de Britse Special Air Service (SAS) in het geheim wapens naar Drenthe. 

Geconfronteerd met gijzelingen op eigen bodem, probeerde men vervolgens zo veel mogelijk details te achterhalen over het verloop van de aanval.
De Amerikaanse FBI ondervroeg twee Nederlandse mariniers, op cursus in de Verenigde Staten, over gebruik van dodelijk geweld. Hun uitleg: ‘We schieten niet op terroristen tot tijdens een bestorming zekerheid bestaat over hun identiteit.’ Deze verklaring wijkt af van de officiële lezing van de Nederlandse regering: in de trein zou slechts zijn geschoten op de kapers die zich met een vuurwapen hebben verzet.

Ook de Britse militaire attaché liet onderzoek doen naar de geweldsinstructie. Zijn verslag bevindt zich nu in de National Archives in Londen. Hij rapporteert het volgende verhaal: ‘De mariniers kregen het bevel om te schieten op de benen van de terroristen. Aan het einde van de briefing in een onderonsje zou een niet bij naam genoemde hoge officier hebben gezegd: denk erom dat hun benen tot in hun nek komen.’

image

Grafmonument van onze omgekomen vrijheidstrijders

Fouten
Beide landen wisten informatie over de treinkaping te achterhalen die indertijd gold als staatsgeheim. Toch maakten ze ook fouten. Zo wisten de Amerikanen niet het precieze tijdstip van de bestorming. De Engelsen dachten ten onrechte dat een gegijzelde was doodgeschoten door de kapers en dat de treinkapers niet samenwerkten met de Zuid-Molukkers die tegelijkertijd een basisschool gijzelden in het Drentse Bovensmilde.

De Engelsen hadden kritiek op het niveau van de Nederlandse BBE. De mariniers waren ‘niet echt fit’, slecht getraind en zouden de beschikking hebben over te weinig wapens. Toch had men lof voor de bevrijding van de trein. Ondanks de acht doden waren de meesten van de circa vijftig gegijzelden immers levend bevrijd en dat was ‘een onverwacht goed resultaat’.

Vandaag in de Volkskrant: hoe de FBI de mariniers van de Punt verleidde.

 

De mariniers kregen het bevel om te schieten op de benen van de terroristen. Aan het einde van de briefing in een onderonsje zou een niet bij naam genoemde hoge officier hebben gezegd: denk erom dat hun benen tot in hun nek komen.

image

Honderden Molukkers herdenken in Assen dat met militair ingrijpen een einde werd gemaakt aan de treinkaping in 1977.

Bron: Volkskrant


1 reactie

11 juni 1977…..als de dag van gisteren.

11 juni 1977…..als de dag van gisteren.

door: Abe Sahetapy

Abe Sahetapy tijdens zijn boekpresentatie "Van Maastricht naar Maluku"

Abe Sahetapy tijdens zijn boekpresentatie “Van Maastricht naar Maluku”

Juist de nacht daarvoor viel ik in slaap. Gevangen tussen vier grijze muren waren ook de dagen van 23 mei 1977 tot en met de bewuste ochtend op 11 juni 1977 weken vol met spanning. Alle vezels in mijn lichaam trekken zich toe naar mijn lichaamsdelen. De acties in de trein bij de Punt en de school in Bovensmilde volgde ik op de voet. Elke ochtend las ik de krant en volgde daar waar het kon de nieuwsmedia op de radio. Op de tweede dag van de acties werd een medestrijder van mij door de gevangenisdirecteur geroepen: “Jij moet naar Assen !!!!!” Samen keken wij elkaar aan. Een gedachte die wij samen deelden: Wij gaan zo vertrekken.  Weg met de andere medestrijders, die gevangen zaten voor eerdere politieke acties in Nederland. Naar een onbekende bestemming waar de RMS vrijheidsstrijd voorgezet zal worden.
Vanaf dat moment verliep de dagen van de acties heel langzaam. Maar het vertrouwen in een goede afloop bleef overeind staan.

De bewuste nacht van 10 juni 1977 en de ochtend van 11 juni 1977. Het was alsof ik deze nacht en ochtend niet mocht meemaken. Wekenlang gekluisterd aan mijn radio, die als een vriendin naast mij in bed lag viel ik uiteindelijk van oververmoeidheid in een diepe slaap. Ik schrok pas wakker toen op zaterdag, 11 juni 1977 om 07.00 in de ochtend flink op mijn celdeur werd gebonkt. Het was mijn medestrijder. Het bonken op mijn celdeur klonk hartverscheurend. Iedereen in de gevangenis sliepen nog. De echo van het geluid op mijn celdeur deed mij uit mijn bed springen. Een bewaarder opende mijn celdeur en keek mij beangstigend aan. In twee tellen was ik bij mijn vriend. Zijn donkere ogen verraden het onheil. Een sigaret stak uit zijn mond en de rook hiervan steeg op langs zijn ogen. Hij schudde met zijn hoofd en zei: Ze zijn een paar uren geleden aangevallen. Ik stond half verstijfd. De slaap heb ik nog niet uit mijn ogen gewreven. Mijn adem stokte niet. Maar er kwam geen antwoord uit mijn mond. Dit voelde verdoofd aan. Minutenlang keken wij stil naar elkaar en durfden niet de moeilijke vraag aan elkaar te gaan stellen.

Uiteindelijk besloten wij dit niet te doen!

MENA.


2 reacties

geschiedvervalsing beëindiging treinkaping De Punt door Nederlandse Staat

treindepunt_nieuwWoensdag 11 juni 2014 is het precies 37 jaar geleden dat geweer- en machinegeweervuur de serene en benevelde ochtendstilte bij De Punt in Drenthe openscheurde.
Tien à elf seconden nadat dit oorverdovend geweld losbarstte waarin mensen al de dood vonden voordat ze ook maar de kans kregen wakker te worden kwamen met absurd geweld en geluid straaljagers over.
Tien à elf seconden later.
De trein was toen al op vele plaatsen ontdaan van de gele verf door de duizenden kogelinslagen. Er is altijd gezegd dat de straaljagers ingezet werden om een ieder in de trein de kans te geven om op de grond te duiken en gespaard van de dood te blijven : deze tactiek was alleen voor de gijzelaars bedoeld. Het voorafgaand vuur in die tien seconden was gericht op de plaatsen waar de Molukse jongeren lagen te slapen. Het was direct na beëindiging van de militaire actie al te zien op tv- en fotobeelden; niet alleen de deuren waren doorzeefd door het door de aanvallers zo geprezen “compartimentering” maar ook, en zelfs meer nog, de plaatsen waarvan men exact wist dat daar de Molukse jongeren lagen te slapen. De enkeling die nog overeind wist te komen werd binnen een seconde neergemaaid door tien gepantserde kogels en overleefde wonderwel. Een Nederlands meisje wat een paar dagen daarvoor haar 19e verjaardag had gevierd in de trein werd achter een van de deuren uit het leven gerukt. Even later zouden mariniers bij binnenkomst massaal over haar heen lopen om uiteindelijk een tweede gegijzelde te doden.

Inmiddels bij velen bekend geeft het onderzoeksrapport “ Air Mata Kebenaran “ een goed beeld van wat zich binnen de trein heeft afgespeeld. Dit rapport weerlegt alle voorgaande zogenaamde geschiedschrijving. Wat mij persoonlijk als mede opsteller van het rapport enorm tegen staat is de opzettelijke geschiedvervalsing zoals die 35 jaar lang plaatsvond. En dat is niet gebeurt door slechts twijfelachtige kranten en tijdschriften maar ook door zogenaamde gerenommeerde mensen met universitaire opleiding en titel.

In de tweede wereldoorlog was Hannie Schaft een Nederlandse verzetsstrijdster. 21 maart ’45 werd zij door de Duitsers gearresteerd en op 17 april in de duinen van Bloemendaal door Nederlanders geëxecuteerd. Tot 11 juni 1977 was zij de enige verzetsstrijdster die ooit binnen Nederland geëxecuteerd werd. Hoe je het ook draait of keert : Hansina Uktolseja is de tweede verzetsstrijdster die (nadat zij nog levend in de trein werd aangetroffen ) in Nederland geëxecuteerd werd. Noemt hoogleraar terrorisme Beatrice de Graaf Hansina een terroriste, zo noemden de Duitsers Hannie Schaft een terroriste, feit is dat beiden verzetsstrijdsters waren en vanwege dat feit gedood werden. En beiden door Nederlanders. En er vonden meer executies van Molukse verzetsstrijders plaats in de trein.

Jan Beckers met dhr. J. Ririmasse, met op de achtergrond de plek waar het allemaal gebeurde, De Punt

Jan Beckers met dhr. J. Ririmasse, met op de achtergrond de plek waar het allemaal gebeurde, De Punt

Inmiddels bij velen bekend geeft het onderzoeksrapport “ Air Mata Kebenaran “ een goed beeld van wat zich binnen de trein heeft afgespeeld. Dit rapport weerlegt alle voorgaande zogenaamde geschiedschrijving. Wat mij persoonlijk als mede opsteller van het rapport enorm tegen staat is de opzettelijke geschiedvervalsing zoals die 35 jaar lang plaatsvond. En dat is niet gebeurt door slechts twijfelachtige kranten en tijdschriften maar ook door zogenaamde gerenommeerde mensen met universitaire opleiding en titel. Peter Bootsma en Beatrice de Graaf zijn daar wel zo’n beetje de schoolvoorbeelden van en je kan je afvragen wat hun motivatie eigenlijk was om aan opzettelijke geschiedvervalsing te doen. En als dat een te groot begrip is dan toch op zijn minst het verwijt van grote onzorgvuldigheid. Zo schrijft Beatrice de Graaf in het Historisch Nieuwsblad in 2008 dat gegijzelde dhr. Van Baarsel is omgekomen tijdens het vuur van buiten af op de trein omdat hij “als enige” zou zijn gaan staan. Dit strookt niet met de uiteindelijke waarheid. Van Baarsel werd gedood door 6 kogels van mariniers die de trein binnen gedrongen waren. Ook schrijf De Graaf dat er twee overlevenden waren onder de Molukse jongeren terwijl toch in 2008 al 31 jaar bekend was dat er drie overlevenden zijn. Laten we het op onzorgvuldigheid houden, maar dan wel van de grofste soort die verweten kan worden. Ook verwijst zij naar Bootsma’s boek “De Molukse Acties” wat verscheen in 2000. Bootsma presteert het zelfs de dood van Van Baarsel definitief toe te schrijven aan een van de Molukse strijders. Als een onweerlegbaar feit. Het zal je maar gebeuren dat de dood van iemand je 35 jaar lang in de schoenen geschoven word terwijl een ieder toch beter had kunnen weten. Immers : de dood van Van Baarsel kwam niet eens voor in de dagvaarding van de Molukse strijders. En dat wist Bootsma ook.

Ze gingen de trein binnen met kogelvrije vesten tot over het kruis, bewapend met uzi’s en met revolvers die de verboden Hollowpoint vijf munitie bevatten.

En daarmee kom je natuurlijk op de geschiedvervalsing door de Nederlandse staat. De weduwe van Van Baarsel kreeg van Justitie een uittreksel van het autopsierapport van haar man. Daarin stond dat haar man door één Molukse kogel om het leven gekomen was. Wat mij bezig blijft houden is de vraag :” hoe komt het toch dat al deze mensen wegkomen met geschiedvervalsing, of op zijn minst zeer verwijtbare onzorgvuldigheid ?” Hoe komt het dat zij niet met terugwerkende kracht door hun superieuren of opdrachtgevers terug gefloten worden? Maar meer nog : Hebben zij zo weinig rechtvaardigheidsgevoel dat het schijnbaar niet bij ze opkomt een excuus te maken aan hen die zo valselijk door hen beschuldigd zijn?

 

Grafmonument van onze omgekomen vrijheidstrijders

Grafmonument van onze omgekomen vrijheidstrijders

En dan nog iets over de zo veel geprezen moed van de mariniers. Ze gingen de trein binnen met kogelvrije vesten tot over het kruis, bewapend met uzi’s en met revolvers die de verboden Hollowpoint vijf munitie bevatten.( Deze laatste munitie mag niet in oorlog worden gebruikt maar de Nederlandse staat had er geen moeite mee deze tegen burgers in te zetten die uiteindelijk veroordeeld werden voor de overtredingen verboden wapen bezit en vrijheidsberoving). In de trein troffen zij voor het merendeel reeds ernstig aangeschoten Molukse jongeren aan. Van buitenaf was het “voorwerk” al voor hen gedaan. Van wat voor “moed” getuigd het als je zwaargewonden nog door het hoofd schiet? Van wat voor moed getuigd het als je nog twee vrijwel ongeschonden mensen alsnog op een beestachtige wijze om het leven brengt? Met moed heeft het mijn inzien niet te maken. Een van de mensen die het onderzoek in de trein deed zei mij dat er als een soort inwijdingsritueel voor mariniers gedood werd in de trein door hen. De executie van Max zou een represaille geweest zijn voor de dood van dhr. Butler bij de kaping te Wijster. Professionaliteit was ver te zoeken bij de mariniers kun je daarom concluderen. En natuurlijk zeker bij hun opdrachtgevers. Een van de definities van moed is “ Onverschrokken, dapperheid.” In de meer dan letterlijke betekenis van het begrip moed lijkt mij de Molukse strijder die in zijn pyjamabroek en net wakker en die het opnam tegen straaljagers, tientallen scherpschutters en tientallen mariniers meer in aanmerking voor dit begrip te komen. Het is slechts een constatering waar je geen raketgeleerde voor behoeft te zijn.

Herdenking 36 jaar na dato

Herdenking De Punt

Over een week is het 37 jaar geleden dat dit drama voor eigenlijk alle spelers er in plaats vond. 11 juni 2014. Ondanks dat ik een Belanda ben meen ik te kunnen zeggen dat deze datum behoort tot een van de Nationale Molukse dagen. Zoals 25 april bijvoorbeeld. Het verschil tussen die twee data is dat de eerste een van de zwartste dagen is en de laatste een van de meest feestelijke, ware het niet dat een praktische invulling ervan helaas nog niet tot stand is gekomen. Persoonlijk hoop ik op een opkomst bij de herdenking die recht doet aan de negen Moluke jongeren en de zes gesneuvelden daarvan. En tevens aan het doel waarvoor zij uiteindelijk de trein zijn binnen gegaan.

Geschreven op persoonlijke titel,
Jan Beckers


1 reactie

Geen gesprek Opstelten met Molukkers

Het gesprek dat minister Opstelten van Veiligheid en Justitie zou hebben met vertegenwoordigers van de Molukse gemeenschap gaat niet door. Opstelten wilde een brede Molukse delegatie toelichten wat het onderzoek inhoudt dat hij heeft laten instellen naar de beëindiging van de treinkaping bij De Punt in 1977. Maar Opstelten wil niet dat ex-kapers, nabestaanden van omgekomen kapers en hun advocaat Liesbeth Zegveld deel uitmaken van de Molukse delegatie.

Bij de bestorming van de door Molukkers gekaapte trein door mariniers kwamen twee passagiers en zes kapers om het leven. Het nader archiefonderzoek dat nu in opdracht van Opstelten en zijn collega Hennis-Plasschaert van Defensie wordt verricht, moet meer duidelijkheid geven over de omstandigheden waaronder de kapers zijn gedood.

 

treindepunt_nieuw

Niet passend

Volgens journalist Jan Beckers, die drie jaar onderzoek deed naar de afloop van de treinkaping, hebben mariniers buitensporig veel geweld gebruikt. Hij concludeerde dat mariniers enkele gewonde Molukse kapers hebben geëxecuteerd. Advocaat Liesbeth Zegveld bereidt namens de nabestaanden een procedure tegen de Nederlandse staat voor.

Omdat Opstelten aan de Molukse gemeenschap wilde uitleggen waar het archiefonderzoek uit bestaat, vroeg hij de stichting Buat, die fungeert als aanspreekpunt voor de overheid voor Molukse kwesties, een delegatie samen te stellen. Dat stuitte op veel weerstand bij de nabestaanden omdat die niet werden uitgenodigd. Volgens een woordvoerder van Opstelten vond de minister het niet passend om met nabestaanden en hun advocaat rond de tafel te gaan zitten gezien de aangekondigde procedure. De stichting Buat trok zich daarop terug.

Niet uit de weg

Junus Ririmasse, een van de drie kapers die de bestorming overleefden, is teleurgesteld dat het gesprek niet doorgaat. “Het onderzoek gaat toch over wat zich binnen de trein heeft afgespeeld? Waarom wil Opstelten daar met de nabestaanden niet over praten, zij zijn toch belanghebbend?”

Volgens een woordvoerder van Opstelten gaat de minister het gesprek met de nabestaanden niet uit de weg. “Op het moment dat het onderzoek klaar is en de resultaten er zijn, zullen we zeker het gesprek met hen aan gaan. Maar niet nu.”

 

bron: NOS


1 reactie

Geen draaginsigne voor militairen De Punt

treindepunt_nieuwDe circa 1500 militairen die betrokken waren bij het beëindigen van de Molukse treinkaping bij De Punt en de gijzeling van de basisschool in Bovensmilde in 1977 krijgen geen draaginsigne, maar de veteranenstatus. Dat liet minister Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie vandaag weten tijdens een debat in de Tweede Kamer.

Volgens de bewindsvrouw wordt het besluit zowel gesteund door de Molukse gemeenschap als de militairen. Ze hoop met het besluit een einde te maken aan een discussie over een ‘gevoelig onderwerp’ en ‘recht te doen’ aan zowel de de militairen als de Molukse gemeenschap.

Commotie
Toen in 2012 naar buiten kwam dat werd overwogen de militairen de draaginsigne te geven, leidde dat tot veel commotie in de Molukse gemeenschap. De Molukse regering in ballingschap noemde het ‘ongepast en schandalig’, omdat er tijdens de bevrijdingsacties volgens haar buitensporig veel geweld is gebruikt. Ook in militaire kring was er kritiek. De voormalige Commandant der Strijdkrachten, Dick Berlijn, zei te betreuren als de insigne er zou komen.

Volgens Hennis zijn er ‘verschillende signalen afgegeven die niet goed zijn geland’. Hierdoor zijn er volgens haar ‘misverstanden’ ontstaan. Het ging om de ‘erkenning en de waardering’ van de betrokken militairen, maar op het laatst leek het alleen maar te gaan om het ‘muntje en het doosje’.Sinds vorig jaar juni heeft ze verschillende keren uitgebreid overlegd met beide partijen.

Veteranenspeldje
Het gesprek met Defensie liep ‘heel constructief’, zegt voorzitter Rob Tupan van de Stichting BUAT, een platform voor Molukkers. Hij is blij met het besluit van Defensie om geen draaginsigne toe te kennen. Met de veteranenstatus krijgen de betrokken militairen een veteranenspeldje en hebben ze recht op een aantal voorzieningen.

Beide acties begonnen op 23 mei 1977. Negen Molukkers kaapten de trein, terwijl vier anderen meer dan 100 kinderen en leerkrachten gijzelden. De treinkaping werd na drie weken beëindigd. Bij de actie verloren twee gijzelaars en zes kapers het leven. De gijzelnemers in de school gaven zich uiteindelijk over.

De acties waren erop gericht om Nederland te dwingen een onafhankelijke republiek der Zuid-Molukken te erkennen. Ook eisten de kapers vrijlating van 21 Zuid-Molukse gevangenen die vastzaten wegens een treinkaping in 1975 bij het Drentse dorpje Wijster.


Een reactie plaatsen

’Mariniers hebben ons gered’

Telegraaf 4 januari 2014

‘Dood Zuid-Molukse terroristen onwettige liquidatie’

’Mariniers hebben ons gered’

Arie Dijkman is een vergevingsgezind mens. Kort na de in een inferno van rookbommen, laag overvliegende straaljagers en kogelregens afgelopen treinkaping bij De Punt voerde hij namens lotgenoten het woord. Daarbij onthield hij zich van beschuldigingen richting de terroristen die twintig dagen lang onschuldige burgers gijzelden. Maar nu is zijn verontwaardiging groot. Een overlevende gijzelnemer en nabestaanden van destijds omgekomen Zuid-Molukkers klagen de Staat aan. De kaping werd 11 juni 1977 beëindigd, zo beweren zij, met het in koelen bloede liquideren van de daders. Zelfs mariniers, die uiteindelijk 52 passagiers levend uit de trein wisten te krijgen, moeten – als het aan advocaat Liesbeth Zegveld en haar cliënten ligt – worden gehoord. Net als de voor de bevrijdingsactie verantwoordelijke toenmalige minister van Justitie, Dries van Agt.

„Enige waarheid is dat de kaping na bijna drie weken volkomen uit de hand dreigde te lopen”, zegt Dijkman. „Veel van de passagiers konden de druk niet meer aan, wilden in opstand komen. Aan de andere zijde leek het nog slechts een kwestie van tijd voor de Molukkers onschuldige burgers zouden doden. Hansina ’Hansje’ Uktolseja, enige vrouwelijke kaper, hing een vel papier op in onze coupé. ’Morgen zijn jullie allemaal dood’. De sfeer werd steeds grimmiger.”

Dat hoorden de vlakbij gelegen mariniers ook. Met voor die tijd geavanceerde afluisterapparatuur kregen deze special forces flarden mee van wat zich in het vierdelige Hondekop-treinstel met nummer 747 afspeelde. Zaterdag 11 juni, even voor vijf uur bij ochtendgloren, kwamen militairen en politie in actie. Toen hadden Arie Dijkman en de andere passagiers er al 482 uur gevangenschap opzitten. De gepensioneerd Philips-medewerker zegt: „Ze hebben ons fatsoenlijk behandeld. Max Papilaya was een intelligente vent, ik schaakte met hem. De kaperhoofdman was overtuigd van de RMS-idealen. Neemt niet weg dat Max en zijn acht handlangers volkomen onschuldige mensen gijzelden. Angst en onzekerheid spookten door de trein.” Mimi Dijkman, echtgenote van Arie: „Ik begrijp niets van de discussie die nu wordt gevoerd. Gijzelnemers en hun nabestaanden spreken van onrecht, van liquidaties? Als een dief in de supermarkt wordt betrapt, kent hij de sancties. Even goed weten terroristen die een trein kapen hoe het kan aflopen. De gijzelaars verkeerden in doodsangst, zij werden gered door onze mariniers. Om die dan 37 jaar later aan de schandpaal te nagelen… Ongelooflijk!”

Opvangcentrum

Mimi volgde met dochter Carla en zoon Roelof destijds het nieuws vanuit Eindhoven. Er was een opvangcentrum in Drenthe, maar de Brabantse had geen behoefde aan gezamenlijk afwachten. Arie was maandag 23 mei in alle vroegte op de trein naar Groningen gestapt. De chef van de divisie gehoorapparatuur had een gesprek in de Philips-fabriek. „Ik was met mijn 50 jaar een van de oudere passagiers”, zegt Dijkman. „Van Philips had ik kort daarvoor een document gekregen. ’Hoe te handelen bij kidnapping’. De gijzelnemers niet aankijken, zo onopvallend mogelijk optreden. Dat heb ik gedaan. Machinist en hoofdconducteur moesten de trein verlaten, kort daarna werden veertig reizigers vrijgelaten. Met 54 mensen bleven we achter.” De negen gijzelnemers hadden hun actie minutieus voorbereid en gecoördineerd. Toen treinstel 747 werd gekaapt, drongen anderen de lagere school van Bovensmilde binnen. Zij hielden aanvankelijk 105 kinderen en vijf onderwijzers vast. Eisen: Nederland moest zich inzetten voor een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken en een vrije aftocht vanaf Schiphol met 21 eerder gevangen genomen geestverwanten garanderen. Arie Dijkman: „Misschien het Stockholmsyndroom, ondefinieerbare toenadering tussen gijzelaar en gijzelnemer, maar je krijgt sympathie voor hun idealen. Tegelijkertijd realiseerde ik me wat er anderhalf jaar eerder bij Wijster was gebeurd. Ook een treinkaping, ook Molukkers. Drie onschuldige Nederlanders werden toen zonder oogknipperen vermoord. Ik wist dat het zo maar verkeerd kon aflopen.” Vooral omdat de gijzeling zich voortsleepte. Wijster duurde twaalf dagen, De Punt bijna drie weken. Over de sfeer in de trein: „Zij met de meeste bravoure sloegen dicht. Die verkeersvlieger, in het begin had hij veel praatjes. Maar al snel lag hij te huilen in de vrouwencoupé. Grote mannen kunnen heel klein worden.” De kapers zorgden ervoor dat de passagiers geen enkel contact met de buitenwereld hadden. Wat zich rondom de trein afspeelde, bleef in nevelen gehuld. Geen radio, geen kranten, geen uitleg. „We leken vergeten, al vermoedde ik wel dat we wereldnieuws waren”, aldus Dijkman. „Ik vond een briefje van een dominee, in de Bijbel die wij als leesvoer van buiten kregen. ‘Blijf moed houden!’ We hadden graag een vliegtuig met reclamesleep gezien. ‘Nederland leeft met jullie mee…’ Hersenspinsels, na lange dagen en nachten van gijzeling.”

Ondertussen werd er vanuit het vlakbij gelegen commandocentrum koortsachtig overlegd. Want er was kritiek, ook vanuit het buitenland. Waarom deed Nederland niets? De dood van drie passagiers bij die eerdere treinkaping lag nog vers in het geheugen. Zes luchtmachtvliegers, onder hen de latere Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn, oefenden met F-104G Starfighters in het zo laag mogelijk en met brullende afterburners over de trein scheren. Ouverture van de reddingsactie. Daarna zouden scherpschutters de NS Hondekoppen onder vuur nemen. Gevolgd door die uiteindelijke stormloop door mariniers. „Toen de straaljagers over raasden dacht ik eerst dat de executies waren begonnen”, herinnert Dijkman zich nog goed. „Plotseling werd uit luidsprekers gebruld dat we plat op de bodem moesten gaan liggen. Vervolgens sloegen de eerste kogels in. Twee van ons stierven. Astmapatiënt Rien van Baarsel stond op. Mogelijk uit ademnood. Ansje Monsjou sliep elders in de trein, waardoor ze werd getroffen. Vlak voor haar dood vertelde Ansje me dat ze wilde reizen. Naar India. Ondernemend kind, 19 pas. Heel verdrietig.”

Drama

Over de zes bij de actie omgekomen terroristen: „Ik weet dat ik toen blij was met de komst van de mariniers en dat ik 37 jaar later nog steeds blij ben. Wie zijn toch die mensen die het nodig vinden om zo lang na dit drama al die kritiek en beschuldigingen te spuien?” Eén van hen is kaper Junus Ririmasse, hij kwam met twee andere Molukkers heelhuids uit de trein. De andere klager is Nonna Lumalessil, zus van omgekomen gijzelnemer Ronnie Lumalessil én overlevende kaper Marcus Rudi Lumalessil. Ze hebben advocaat Liesbeth Zegveld in de arm genomen en zeggen dat de doodgeschoten Zuid-Molukkers door mariniers van de Bijzondere Bijstands Eenheid (BBE) zijn geëxecuteerd, 144 kogels in hun lichamen zouden dat bewijzen. Justitie was, zo is de stelling, al een jaar na de treinkaping op de hoogte. Ook werd „bij het verdrag van Genève verboden hollow point 5 revolvermunitie” gebruikt. Gesproken wordt van strafrechtelijke vervolging, van een doofpot. De SP orakelt over een parlementaire enquête. Justitie maakte bekend dat het „nader archiefonderzoek laat doen naar de gewelddadige beëindiging van de Molukse treinkaping” en minister Opstelten beantwoordt deze maand Kamervragen. Advocaat Liesbeth Zegveld, recent voor de NOS-camera: „Als de feiten anders liggen dan altijd gezegd, is het verhoren van getuigen een juridische mogelijkheid. Naast de minister van Justitie geldt dat zeker ook voor betrokken mariniers.” Eén van die BBE’ers meldde zich afgelopen week bij deze krant: „Onze opdracht was de gijzelaars te bevrijden. Dat daarbij doden vielen, is triest. Het was donker en onoverzichtelijk in de trein. Inzet was het redden van onschuldige burgers. Als special forces voor de rechtbank over missies als deze verantwoording moeten afleggen, kan hen dat in levensgevaar brengen. Bovendien hebben wij geheimhoudingsplicht.”

Toenmalige ’overall commander’ van de mariniers en medeopsteller van het aanvalsplan Ruud Kloppenburg heeft nooit inhoudelijk gesproken over de kaping. „Het zijn soms details die het verschil kunnen maken tussen slagen en falen”, was het enige dat de marineofficier ooit verklaarde. „Mijn integriteit en loyaliteit, kernvoorwaarden van het Korps Mariniers, komen in het geding indien ik over die details zou spreken. Ook om operationele reden.” Arie Dijkman staat vierkant achter zijn bevrijders en hun strategie. „Eén van ons werd met een touw om zijn nek buiten de trein gezet. ‘We kunnen en zullen doden’, was de lugubere boodschap. Die Molukkers pleegden een vreselijke misdaad, punt uit. Ik kwam er goed van af, maar voor veel anderen is de nachtmerrie nooit gedoofd. Als gijzelaar ben je niet meer dan handelswaar en speel je een gedwongen passieve rol.” Zijn vrouw Mimi: „Weken na de kaping stond een van de andere passagiers hier voor de deur. Hij vroeg naar Arie en liet een pistool zien. ‘Ik heb de oorlog én De Punt overleefd. Nooit meer laat ik me gijzelen’. Laten we nou toch alsjeblieft ophouden met de daders te bewieroken en die mariniers te beschuldigen. Wat krom is, kan en mag niet recht worden gepraat.”

- Charles Sanders – Amsterdam


Een reactie plaatsen

‘De overheid heeft besloten om die trein te bestormen, dan moet je daar voor staan’

Door: Ana van Es − 23/12/13, 10:41

’Overal zat dons, vastgekoekt aan het bloed’

© ANP. De gekaapte trein bij De Punt, nadat mariniers met geweld een einde hebben gemaakt aan de gijzeling, 11 juli 1977.

Interview Op de zaterdag in juni 1977 dat militairen de treinkaping bij De Punt beëindigden, werd de patholoog-anatoom uit bed gebeld om sectie te verrichten. Voor het eerst vertelt hij wat hij zag.

  • © An-Sofie Kesteleyn, de Volkskrant.
    Hendrik Jan Houthoff

‘De manier waarop het ministerie van Justitie en de regering met de feiten zijn omgegaan, zit me nog altijd dwars. Ik vind het getuigen van een gebrek aan lef en allure van de overheid. Zij hebben het besluit genomen om die trein te bestormen. Dan moet je daar voor staan. Als iets niet goed is gegaan, moet je dat gewoon toegeven. Dat is hier niet gebeurd.’

HendrikJan Houthoff (70) is opgeleid als patholoog. Ruim 36 jaar geleden, op zaterdag 11 juni 1977, verrichtte hij met twee collega’s sectie op de lichamen van twee gegijzelden en zes Zuid-Molukse kapers. Ze waren die ochtend doodgeschoten bij de militaire beëindiging van de treinkaping bij De Punt. Het officiële verhaal is dat de kapers niet met opzet zijn gedood.

De autopsierapporten die Houthoff en zijn collega’s schreven, lagen decennialang in een kluis. Maar nu ziet minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) ze ineens als belangrijk bewijs. Hij laat de autopsierapporten onderzoeken door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), om vast te stellen of de zes kapers niet zijn geliquideerd.

Praten over die zaterdag in juni, dat doet Houthoff nu voor het eerst. ‘Dat heb ik nooit gedaan. We werden vooraf ingezworen door de rechter-commissaris in Groningen. Het was achteraf niet de bedoeling dat we over die dingen communiceerden. Dat deed je nooit bij een gerechtelijke sectie.’

Dons aan het bloed
‘Ik werd uit bed gebeld, of ik onmiddellijk naar Groningen kon komen. Toen wij bij het Academisch Ziekenhuis kwamen, waren de lijken er al. Ze waren niet om aan te zien. Overal zat dons, vastgekoekt door het geronnen bloed. Dat was een aangrijpend gezicht, zo onder de veren. Donsballetjes, dat waren het.’

  •  

     

    Volgens mij hadden één of twee zelfs nog een stuk slaapzak om, totaal aan flarden geschoten. Daar zag je aan dat ze absoluut per acuut doodgeschoten waren. Ze hadden blijkbaar niet eens de tijd gehad om op te staan, om uit hun slaapzak te komen.

    Patholoog Hendrik Jan Houthoff

‘Dat dons kwam uit hun slaapzakken. Volgens mij hadden één of twee zelfs nog een stuk slaapzak om, totaal aan flarden geschoten. Daar zag je aan dat ze absoluut per acuut doodgeschoten waren. Ze hadden blijkbaar niet eens de tijd gehad om op te staan, om uit hun slaapzak te komen.’

‘Als patholoog ben je natuurlijk wel wat gewend, maar dit was buitenproportioneel. Qua aantal lichamen, dat dons overal, al die schotwonden. Het zag er ziek uit, zelfs voor een sectiezaal.’

‘Ze lagen naast elkaar. We deden het met z’n drieën. Bij mensen die zijn doodgeschoten, heb je normaal een of twee kogelgaten. Niet de aantallen die je hier zag. Ze waren doorzeefd. We moesten dus röntgenapparatuur gaan lenen bij interne geneeskunde, om die kogels zoveel mogelijk te traceren.’

Hansina U.
‘Die dag heb ik gewoon professioneel mijn werk gedaan. Het was hard doorwerken, om alles af te krijgen. Toen ik die avond thuiskwam, weet ik zeker dat ik op de radio of de televisie Van Agt (minister van Justitie in 1977, red.) hoorde zeggen dat de kapers in de stress van de bevrijding waarschijnlijk op elkáár waren gaan schieten.’

‘Daar werd ik echt naar van. Ik ben het nooit vergeten. Van Agt kon nog niks weten over de toedracht, want die is pas later door ons doorgebeld.’ Kort daarop zou minister Van Agt in de Tweede Kamer verklaren dat de kapers wel door militairen zijn gedood, maar niet ‘door een regen van kogels.’

Houthoff leest het autopsierapport dat hij schreef over de enige vrouwelijke treinkaapster: Hansina U. (22). Ze heeft 40 schotwonden, onder meer in haar schaamstreek. Volgens het rapport is ze gedood door een kogel die haar in het hart raakte en de rechterlongslagader verscheurde.

Hij leest, zegt dan: ‘Tsjongejonge. Niet te geloven.’ Maar Hansina is niet alleen in het hart geraakt. Ze is ook in het hoofd geschoten, op een opvallende plaats: achter het rechteroor. Die kogel heeft, zoals Houthoff het noteerde in zijn verslag uit 1977 ‘door verwonding van de hersenen mogelijk niet direct de dood, maar wel bewusteloosheid’ veroorzaakt.

  •  

     

    Toen was alles bij Justitie bekend. Maar er is nooit iets mee gedaan. Wij zijn ook niet als deskundigen opgeroepen tijdens het proces tegen de drie kapers die nog leefden, in Assen.

‘De trein is vanaf een afstand beschoten door scherpschutters. Je verwacht daarom dat die kogels dezelfde baan volgen. Maar sommige kogels hebben een totaal andere baan gevolgd dan de anderen. Dat kan betekenen dat de kapers zich hebben bewogen tijdens de beschieting.’

‘Later las ik iets waarvan ik dacht: dat zou het ook heel goed kunnen verklaren. Dat de mariniers die na de eerste beschieting in de trein zijn gekomen, alles wat bewoog nog even zouden hebben afgeschoten.’

Nooit opgeroepen
Kunnen die oude autopsierapporten nu nog helpen om de waarheid te achterhalen? In de verslagen van Houthoff en zijn collega’s ontbreekt cruciale informatie: met welk type kogels is geschoten. ‘De kogels die we aantroffen, leken van hetzelfde type en kaliber. Maar ik ben geen munitie-expert. Ze zijn overgedragen aan justitie. Zij hebben dat verder onderzocht.’

‘Het was voor ons niet te bepalen in welke volgorde de kogels zijn afgeschoten. Als er tien keer achter elkaar wordt geschoten, is dat verschil niet meer te zien. Vergeet bovendien niet: dit was 1977. Zo’n sectie ging er anders aan toe dan je nu in televisieprogramma’s ziet.’

Binnen twee weken na de aanval op de trein lagen de autopsierapporten op het parket in Assen. ‘Toen was alles bij Justitie bekend. Maar er is nooit iets mee gedaan. Wij zijn ook niet als deskundigen opgeroepen tijdens het proces tegen de drie kapers die nog leefden, in Assen.’

Onlangs las Houthoff in de Volkskrant dat binnen Justitie achter de schermen nog lang met de rapporten is gesold. De ouders van de overleden treinkapers wilden inzage in de stukken, maar de top van het Openbaar Ministerie probeerde dat te voorkomen.

In maart 1978, negen maanden na dato, belandde het dossier op het bureau van hoofdambtenaar Ernst Hirsch Ballin, zelf later minister van Justitie (CDA).

Het kwam tot een compromis: de toen vooraanstaande patholoog Jan Zeldenrust, van het gerechtelijk laboratorium in Rijswijk, maakte op basis van de autopsierapporten zijn eigen aantekeningen en besprak die met de ouders.

‘Vanuit Justitie gezien is dat een handige oplossing. Zeldenrust, dat was namelijk hun man. Maar eigenlijk is het een beetje glibberig. Wij hebben die secties gedaan, maar we wisten van niets. Het is een gebrek aan oprechtheid van de overheid.’

Bron

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 556 andere volgers