Wat een week deel 2

Normaal schrijf ik over alles en weet ik alles haarfijn te omschrijven en te onderbouwen. Ik schrijf over ik heb meegemaakt. Ik schrijf over wat ik vind. Ik schrijf over mijn familie en vrienden. Ik geef een ode aan de liefde, maar geef net zoveel aandacht aan liefdesverdriet. Ik schrijf met een glimlach, maar ik geef mijn lezers ook tranen. Een column wat ik ooit over mijn opa schreef, is meer dan 10.000x gelezen. Op straat spreken mensen mij erop aan. Ik heb mensen weten te ontroeren met mijn columns, maar ik heb ze ook op de stang gejaagd. Zo zal ik nooit vergeten dat ik ooit met de dood ben bedreigd door een geschreven column van mij. Ik zei weleens gekscherend dat mijn pen mijn wapen is, maar dat is juist ook het gevaarlijke. Mijn woorden staan geschreven. Het staat er zwart op wit. Er hangt geen intonatie aan, dus de kans bestaat dat mijn woorden onjuist begrepen wordt. Ik schrijf wat ik vind en denk niet na wat de consequenties kunnen zijn. Ik schrijf vanuit emotie. Ik heb mijn hart op mijn tong.

Op mijn vorige column “Wat een week” heb ik heel wat reacties ontvangen. Er waren mensen die zich gekwetst voelde nadat ze mijn column hadden gelezen. Ze voelden zich aangesproken. Dat was niet de bedoeling. Of je nou een ex scharrel bent of een kortstondige, misluktĀ flirt, het was niet de intentie om opzettelijk te kwetsen. Ik heb die column ook aangepast, nadat ik alle reacties had gelezen. Gelukkig was die column, op dat moment, nog maar 90x gelezen. Dat doe ik trouwens nooit, mijn columns achteraf aanpassen. Dat druist tegen mijn eerlijkheid in, maar in dit geval vond ik het wel gepast om het aan te passen. Deze column noem ik vanaf nu “Wat een week deel 2”. Waarom deel 2? Omdat mijn situatie met de politie een vervolg heeft gekregen. Ik ben namelijk mijn baan kwijtgeraakt. Hoewel ik wel de behoefte heb om mijn kant van het verhaal te vertellen, doe ik er verstandig aan niet hierover uit te wijden. Dit heeft helemaal niet te maken of ik wel wat te verbergen heb, dat niet, maar gezien de gevoeligheid van deze kwestie en het feit dat ik over deze hele situatie een zaak aan het voorbereiden ben, kan ik hier niets over kwijt. Wel wil ik benadrukken dat ik geen verleden heb met drugs en dat ik mij ook niet bezig hou met zaken wat gerelateerd is aan drugs. Als je bij Justitie komt werken, dan wordt je volledig gescreend. Ik heb geen crimineel delict gepleegd. Ik heb geen strafblad. Ik ben nog nooit eerder met politie in aanraking geweest. Mensen die mij kennen, weten dat. Daarom weten ze ook, dat als ik een drugsdealer zou zijn, ik een hele waardeloze drugsdealer zou zijn. Een dunne, slungelige Molukker met dikke lippen, die drugs verkoopt op de straathoek, of in mijn geval, vanuit mijn kofferbak? Dat gelooft toch niemand? En ik denk ook niet ik het een junkie aan kan doen, want voor hetzelfde geldt verkoop ik poedersuiker. Ik weet het verschil niet hoor. Nee, ik als drugsdealer is net zo ongeloofwaardig als Stefan ten Have. Die ik overigens een lul eerste klas vind en dat is mijn mening. Het staat zwart op wit. Daar hoeft geen intonatie aan te pas komen, alleen maar een dikke middelvinger.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s