De nacht om nooit te vergeten

Opeens schrok ik wakker. Het was 05.00 uur in de ochtend. Wat gebeurt hier? Het zweet brak me uit. De pijn op mijn borst werd ondraaglijk. “Het zal toch niet he”, dacht ik, terwijl ik in paniek raakte. Ik voelde mijn hart tot in mijn keel kloppen. Ik kon niet meer liggen. De druk op mijn borst nam toe. Ik moest rechtop zitten, maar ook dat lukte in eerste instantie niet. Uiteindelijk was het toch gelukt. Ik haalde diep adem, maar het voelde alsof iemand met een mes diep in mijn borst stak. Ik draaide me om en pakte mijn telefoon. “Ik heb toch een speeddial voor 112? Verdorie, waar is dat? Aw fok it, ik druk het wel in!”

112: “Met 112. Belt u voor de politie of ambulance?”
Ik: “Ehh…auww 112 ambulance alstublieft”.
112: “112 Hulpdiensten. Wat kan ik voor u doen?”
Ik: “Hallo. U spreekt met ehhh… Emerson. Ik heb pijn en druk op mijn borst. Kunt u langskomen?”
112: “Wat heeft u precies meneer?”
Ik: “Ja, weet ik veel. Pijn op mijn borst. Kom nou maar langs”
112: “Ok. Waar woont u?”

Nadat ik mijn adres had gegeven, hielden ze me aan de telefoon, totdat ze hulpdiensten waren gearriveerd. Dit om te voorkomen dat ik wegviel en tevens ter extra controle. “Gaat u maar liggen meneer Terinathe”, zei de vrouwelijke ambulance broeder. ” Waar heeft u precies last van?” Ik vertelde dat ik pijn op mijn borst had en dat de pijn uitstraalde naar mijn rug, tussen mijn schouderbladen. “Okay. Helder. Heeft u nog last?” Ik knikte, maar voegde eraan toe, dat het minder was dan een half uur geleden. Ik werd aan het infuus gelegd en mijn bloeddruk werd opgenomen. Tevens kreeg ik van die hartmonitor plakkertjes, zoals ik ze noem, opgeplakt op mijn lichaam. “Meneer Terinathe, wat wij nu gaan doen is een elektrocardiogram opnemen oftewel een hartfilmpje. “Wat houdt dat in”, vroeg ik. “Dat is een registratie van de elektrische activiteit van uw hartspier. Hier maken we een uitdraai van en aan de hand daarvan besluiten wij of het beter is om u op te nemen of niet.”

“Nou meneer. Alles lijkt in orde, maar uw hart vertoont toch wat kleine afwijkingen, waardoor wij u toch maar laten opnemen.” Ik keek haar verbaasd aan. ” Over wat voor afwijkingen hebben wij het over mevrouw”, vroeg ik met een lichte trilling in mijn stem. “Nou meneer, maakt u zich maar niet al teveel zorgen. Het zou goed mogelijk zijn, dat het ook aan de plakkertjes ligt. Dat de plakkers net een paar mm ernaast geplakt is, maar om alles uit te sluiten, laten wij u toch opnemen. Waar wilt u heen, UMCG of Martiniziekenhuis?” Ik keek haar vragend aan. Bepaalt een patiënt naar welke ziekenhuis hij gaat? “Ehh, breng mij dan maar naar de overburen. UMCG dus.” De mannelijke broeder draaide zich om. “Meneer, ik moet uw gegevens invullen, alvorens wij in het UMCG aankomen. Wat zijn uw voorletters?” “Mijn voorletters zijn E.R.E…..Eduard Richard Edu….”. Op dat moment kreeg ik weer een pijn aanval. “Aw fucking hell. Sorry voor mijn taalgebruik mevrouw.” De vrouwelijke broeder keek me lachend aan.”Maakt niet uit meneer. We zijn wel wat gewend. Kunnen we gaan”, vroeg ze aan haar collega. “Ja. Ik moet alleen nog zijn achternaam invullen. Wat is uw achternaam meneer?” Ik was te moe om te antwoorden. Met moeite sprak ik het uit. Kennelijk was de betreffende broeder ook moe, want hij vroeg me om mijn achternaam te spellen. “De T van Tinus. De E van Eduard….ehhh de R van Richard..” Opeens onderbrak de vrouwelijke broeder mij. Ze wendde zich tot haar collega en zei: “Kijk, meneer heeft zijn achternaam groot op zijn onderarm getatoeëerd. Je kan het zo overnemen.” En dat deed de beste man dan ook maar.

IMG_20131115_174210“Meneer Terinathe. We gaan uw bloed afnemen, om het te testen. Terwijl mijn collega dat gaat doen, wil ik u een aantal vragen stellen.” Ik lag inmiddels op de Spoedeisende Hulp van het UMCG.

“Heeft u hartproblemen?”
“Nee mevrouw.”
“Hebben mensen in uw familie hartproblemen?”
“Nee.”
“Rookt u?”
“Nee.”
“Drinkt u?”
“Nee…..en ik gebruik ook geen drugs.”
De zuster keek mij aan. “Okay helder”, zei ze. Bedankt. We weten voldoende. Uw bloed wordt nu naar het lab gestuurd. Het is nu 07.10 uur. De eerste uitslag zal omstreeks 10.00 uur zijn. De tweede bloedtest uitslag zal, indien nodig, om 14.00 uur zijn. Tot die tijd blijft u hier liggen. Helaas mogen wij u geen drinken en of eten aanbieden. Uw lichaam dient nuchter te blijven. Probeer uit te rusten. Zal ik het licht voor uw uitdoen?” Ik knikte. Voordat ik wou slapen, belde ik naar mijn ouders, om ze te vertellen dat ik in het ziekenhuis lag. Ik hoorde de bezorgdheid in hun stem. Ik probeerde hun gerust te stellen, door mijn probleem te bagatelliseren. “Het komt wel goed, mama. Maak je maar geen zorgen. Ik ben er zo weer uit. Ik hou jullie op de hoogte, als ik meer weet.” Ondertussen wist ik wel dat ze zich toch zorgen bleef maken. Ik ben immers hun kind.

Ik probeerde te slapen, maar door de spanning lukte dat niet echt. Ineens voelde ik de pijn weer. Ik drukte op de rode knop voor hulp. De artsen kwamen aangesneld. Mijn paniek werd alleen maar groter, omdat de apparaten ook begonnen te piepen. Eén van de zusters diende mij medicatie en bloedverdunners toe. De bloedverdunners dienden ze uit voorzorg, om te voorkomen dat er een bloedprop gevormd werd. Op dat moment dacht ik dat mijn laatste uur geslagen was. Mijn leven flitste voorbij. Ik kon alleen maar aan mijn familie, vrienden en aan mijn dochter denken. Vooral aan mijn dochter. Ik kon mijn tranen niet langer bedwingen. Hoe moet het nu verder met mijn dochter? Ik mag nog niet gaan. Er is nog zoveel wat ik met haar wil meemaken. Ik wil haar zien opgroeien. Alsjeblieft, geef mij die kans. Vervolgens viel ik in slaap.

Toen ik om 09.15 uur wakker werd, kwam tot mijn grote verbazing mijn nichtje Meserine langs. Ik was erg blij om haar te zien. Ik zag de bezorgdheid op haar gezicht. Het voelde goed dat zij er was. Mijn ouders konden niet komen, omdat zij een begrafenis hadden in Arnhem. Ik hoorde van Meserine dat mijn ouders erg blij waren dat zij bij mij was. Dan was er tenminste iemand van de familie bij me. Ik vertelde mijn nichtje over de vragen die de verpleegsters mij hadden gesteld. Zij onderbrak mij door te vertellen dat onze opa Nani een hartpatiënt was. Ik wist dat niet. Onze opa stief in december 1990. Mijn nichtje wist me te vertellen dat hij 3 keer een hartinfarct had gehad. Uiteraard hadden wij dit direct gemeld aan de verpleegsters.

Een paar uur later kwam één van de zusters binnen. “Meneer Terinathe. we hebben goed nieuws. U heeft geen hartaanval of een hartinfarct gehad. Bij een infarct is er dood weefsel bij uw hart. Uw lichaam maakt dan ook een stof aan, die in uw bloedbaan terechtkomt. Wij hebben uw bloed getest. De betreffende stof hebben wij niet aangetroffen in uw bloed. Het hartfilmpje laat ook niks bijzonders zien, dus u heeft geen hartinfarct gehad. Wat u wel heeft gehad, weten wij niet. Dat hebben wij niet kunnen achterhalen. Ik snap dat dat vervelend is om te horen, maar ik adviseer u om rustig aan te doen. Mocht het weer terugkomen, bel dan gelijk op, dan wordt u meteen opgenomen. u mag nu naar huis.” Terwijl wij wegliepen, vroeg mijn nichtje Meserine hoe ik me voelde. Ik antwoordde dat ik me fysiek wel prima voelde, maar dat ik eigenlijk had gehoopt dat ze wel wat hadden gevonden. Het is een geruststelling dat ik geen hartaanval of een infarct heb gehad, maar nu bestaat de vrees dat het weer terugkomt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s