‘Spervuur kon gijzelaars Molukse treinkaping redden’

‘Spervuur kon gijzelaars Molukse treinkaping redden’

OPINIE – Jaap Timmer − 03/12/13, 19:39
© ANP. Zes Molukse treinkapers zijn in 1977 door in totaal 144 kogels gedood. De nota waarin dat staat is door het ministerie 35 jaar lang geheim gehouden. Dat blijkt uit een nog niet openbaar dossier over de treinkaping in het Nationaal Archief, dat de Volkskrant heeft ingezien.

OPINIE De context van de beëindiging van de treinkaping bij De Punt dreigt ten onrechte op de achtergrond te raken. Maar het OM verzaakte onderzoek te doen, schrijft Jaap Timmer.

  • Het doel van deze interventies was de gijzelaars te bevrijden, de ernstig geschokte maatschappelijke rechtsorde te herstellen en daarbij zo mogelijk de gijzelnemers aan te houden

Het bericht in de Volkskrant van jongstleden zaterdag over de treinkaping in1977 bevat, met uitzondering van de publicatie van de politiek brisante nota van ambtenaar Hirsh Ballin, weinig nieuws over de beschieting. Het was al bekend dat er tijdens de beëindiging van de Molukse treinkaping bij De Punt in 1977 ongeveer tienduizend patronen zijn afgevuurd op de compartimenten van de treinkapers. Het was ook al bekend dat enkelen van hen door veel projectielen zijn getroffen. De omstandigheden waaronder de vrouwelijke gegijzelde om het leven kwam, maakt het bericht echter niet duidelijk.

De laatste jaren dreigt de context van de beëindiging van de treinkaping bij De Punt op de achtergrond te raken. Op 23 mei 1977 gijzelden dertien gewapende jonge Molukkers 125 kinderen en 98 volwassenen in een lagere school in Bovensmilde en in een trein bij De Punt. In eerdere acties in 1970 en 1975 doodden Molukse gijzelnemers vier mensen. Na twintig dagen liepen in juni 1977 de onderhandelingen vast en beëindigden antiterreureenheden de gijzeling van vier onderwijzers en 54 inzittenden van de trein. Het doel van deze interventies was de gijzelaars te bevrijden, de ernstig geschokte maatschappelijke rechtsorde te herstellen en daarbij zo mogelijk de gijzelnemers aan te houden.

Terreurbestrijding
Terreur is criminaliteit. Terreurbestrijding is daarom politiewerk. Politie en justitie kunnen onder bijzondere omstandigheden een beroep doen op ‘bijzondere bijstand’ van de krijgsmacht. Begin jaren zeventig had de politie geen eenheden die zo’n antiterreurtaak aan konden. De minister van Justitie liet daarom het korps mariniers in 1973 hiervoor een ‘close combat unit’ oprichten. Deze Bijzondere Bijstandseenheid Mariniers beëindigde de gijzeling van de 54 overgebleven passagiers door negen treinkapers. De BBE-mariniers waren uitgerust met 9 mm-pistoolmitrailleurs UZI en revolvers kaliber .357 met deformerende hollow point- munitie.

Het aanwijzen van de bewapening van de antiterreureenheden is de exclusieve bevoegdheid van de minister van Justitie, evenals de terbeschikkingstelling van die eenheden aan het bevoegde gezag: het OM.

De trein stond in open terrein en was niet ongezien en veilig te benaderen. Daarom kregen de BBE-mariniers vuursteun van de precisieschutters van de Bijzondere Bijstandseenheid Krijgsmacht van de Koninklijke Marechaussee. De politie wist op basis van onder meer afluisterapparatuur dat de kapers ’s nachts gescheiden sliepen van de gegijzelden.

Om te voorkomen dat de kapers slachtoffers zouden gaan maken, scheidden twee mitrailleurschutters van de landmacht met een spervuur van ongeveer vijfduizend patronen van 7,62 mm pantserdoorborende munitie de compartimenten van de kapers van die van de gegijzelden. Dit ‘compartimenteren’ is, anders dan de Volkskrant suggereert, een gebruikelijke term om de tegenstander met spervuur te dwingen zich niet te verplaatsen. Precisieschutters van de BBE-krijgsmacht vuurden vanaf ongeveer 450 meter met ook circa vijfhonderd patronen van dezelfde munitie door de ramen van de verblijfplaatsen van de kapers en later hoger. De BBE-mariniers gingen de trein in en ontmoetten tegenstand van enkele kapers.

Zes van de negen treinkapers en twee gegijzelden overleden tijdens de interventie op 11 juni 1977. Volgens de gerechtelijke secties op hun lichamen kwamen vier treinkapers om door 7,62 mm projectielen, pantserdoorborende munitie verschoten met de mitrailleurs van de landmacht en door de precisieschutters van de BBE-krijgsmacht. Eén treinkaper kwam om door UZI-vuur van de BBE-mariniers. De enige vrouwelijke treinkaper overleed aan revolvervuur van de BBE-mariniers.

Een mannelijke gijzelaar overleed door UZI-vuur van de BBE-mariniers. Hij belandde in een vuurgevecht tussen mariniers en een kaper. Een vrouwelijke gijzelaar overleed op een van de balkons van de trein. Zij is uitsluitend getroffen door projectielen die van buitenaf op de trein zijn afgeschoten. De politie wist dat enkele kapers het treinbalkon waar de vrouwelijke gijzelaar omkwam als vaste slaapplaats gebruikten.

  • Of de interventie rechtmatig is uitgevoerd, moet onafhankelijk onderzoek tonen

Kort voor de bevrijdingsactie lieten warmtebeelden zien dat daar mensen lagen. De politie en de speciale eenheden moesten er daarom van uitgaan dat dit kapers waren. De kapers sliepen die nacht echter elders. Omdat het erg warm was in de trein, zijn twee jonge vrouwen op dat balkon gaan slapen. Het warmtebeeld van de politie klopte daardoor met de waarnemingen van de voorgaande drie weken.

Niet bewust gedood
De vrouwelijke gijzelaar is dus niet bewust gedood. Zij sliep toevallig op een treinbalkon waar alle voorgaande nachten kapers hadden geslapen. Mitrailleurvuur op het treinbalkon moest voorkomen dat de kapers zich konden mengen onder de gijzelaars.

De beëindiging van de treinkaping was een justitiële interventie binnen het bestek van de toenmalige politiewet en het Wetboek van Strafvordering, uitgevoerd door twee daartoe opgerichte en voor die tijd adequaat getrainde en toegeruste Bijzondere Bijstandseenheden.

Het Openbaar Ministerie heeft in 1977 verzuimd om de Rijksrecherche onderzoek te laten doen naar de interventie. Ten onrechte is er daardoor 36 jaar lang onduidelijkheid over geweest. Of de interventie als geheel en onderdelen daarvan rechtmatig zijn uitgevoerd, moet onafhankelijk heronderzoek uitwijzen.

Jaap Timmer is universitair hoofddocent politiestudies aan de Vrije Universiteit.

 

Bron: De Volkskrant

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s