‘De overheid heeft besloten om die trein te bestormen, dan moet je daar voor staan’

Door: Ana van Es − 23/12/13, 10:41

’Overal zat dons, vastgekoekt aan het bloed’

© ANP. De gekaapte trein bij De Punt, nadat mariniers met geweld een einde hebben gemaakt aan de gijzeling, 11 juli 1977.

Interview Op de zaterdag in juni 1977 dat militairen de treinkaping bij De Punt beëindigden, werd de patholoog-anatoom uit bed gebeld om sectie te verrichten. Voor het eerst vertelt hij wat hij zag.

  • © An-Sofie Kesteleyn, de Volkskrant.
    Hendrik Jan Houthoff

‘De manier waarop het ministerie van Justitie en de regering met de feiten zijn omgegaan, zit me nog altijd dwars. Ik vind het getuigen van een gebrek aan lef en allure van de overheid. Zij hebben het besluit genomen om die trein te bestormen. Dan moet je daar voor staan. Als iets niet goed is gegaan, moet je dat gewoon toegeven. Dat is hier niet gebeurd.’

HendrikJan Houthoff (70) is opgeleid als patholoog. Ruim 36 jaar geleden, op zaterdag 11 juni 1977, verrichtte hij met twee collega’s sectie op de lichamen van twee gegijzelden en zes Zuid-Molukse kapers. Ze waren die ochtend doodgeschoten bij de militaire beëindiging van de treinkaping bij De Punt. Het officiële verhaal is dat de kapers niet met opzet zijn gedood.

De autopsierapporten die Houthoff en zijn collega’s schreven, lagen decennialang in een kluis. Maar nu ziet minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) ze ineens als belangrijk bewijs. Hij laat de autopsierapporten onderzoeken door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), om vast te stellen of de zes kapers niet zijn geliquideerd.

Praten over die zaterdag in juni, dat doet Houthoff nu voor het eerst. ‘Dat heb ik nooit gedaan. We werden vooraf ingezworen door de rechter-commissaris in Groningen. Het was achteraf niet de bedoeling dat we over die dingen communiceerden. Dat deed je nooit bij een gerechtelijke sectie.’

Dons aan het bloed
‘Ik werd uit bed gebeld, of ik onmiddellijk naar Groningen kon komen. Toen wij bij het Academisch Ziekenhuis kwamen, waren de lijken er al. Ze waren niet om aan te zien. Overal zat dons, vastgekoekt door het geronnen bloed. Dat was een aangrijpend gezicht, zo onder de veren. Donsballetjes, dat waren het.’

  •  

     

    Volgens mij hadden één of twee zelfs nog een stuk slaapzak om, totaal aan flarden geschoten. Daar zag je aan dat ze absoluut per acuut doodgeschoten waren. Ze hadden blijkbaar niet eens de tijd gehad om op te staan, om uit hun slaapzak te komen.

    Patholoog Hendrik Jan Houthoff

‘Dat dons kwam uit hun slaapzakken. Volgens mij hadden één of twee zelfs nog een stuk slaapzak om, totaal aan flarden geschoten. Daar zag je aan dat ze absoluut per acuut doodgeschoten waren. Ze hadden blijkbaar niet eens de tijd gehad om op te staan, om uit hun slaapzak te komen.’

‘Als patholoog ben je natuurlijk wel wat gewend, maar dit was buitenproportioneel. Qua aantal lichamen, dat dons overal, al die schotwonden. Het zag er ziek uit, zelfs voor een sectiezaal.’

‘Ze lagen naast elkaar. We deden het met z’n drieën. Bij mensen die zijn doodgeschoten, heb je normaal een of twee kogelgaten. Niet de aantallen die je hier zag. Ze waren doorzeefd. We moesten dus röntgenapparatuur gaan lenen bij interne geneeskunde, om die kogels zoveel mogelijk te traceren.’

Hansina U.
‘Die dag heb ik gewoon professioneel mijn werk gedaan. Het was hard doorwerken, om alles af te krijgen. Toen ik die avond thuiskwam, weet ik zeker dat ik op de radio of de televisie Van Agt (minister van Justitie in 1977, red.) hoorde zeggen dat de kapers in de stress van de bevrijding waarschijnlijk op elkáár waren gaan schieten.’

‘Daar werd ik echt naar van. Ik ben het nooit vergeten. Van Agt kon nog niks weten over de toedracht, want die is pas later door ons doorgebeld.’ Kort daarop zou minister Van Agt in de Tweede Kamer verklaren dat de kapers wel door militairen zijn gedood, maar niet ‘door een regen van kogels.’

Houthoff leest het autopsierapport dat hij schreef over de enige vrouwelijke treinkaapster: Hansina U. (22). Ze heeft 40 schotwonden, onder meer in haar schaamstreek. Volgens het rapport is ze gedood door een kogel die haar in het hart raakte en de rechterlongslagader verscheurde.

Hij leest, zegt dan: ‘Tsjongejonge. Niet te geloven.’ Maar Hansina is niet alleen in het hart geraakt. Ze is ook in het hoofd geschoten, op een opvallende plaats: achter het rechteroor. Die kogel heeft, zoals Houthoff het noteerde in zijn verslag uit 1977 ‘door verwonding van de hersenen mogelijk niet direct de dood, maar wel bewusteloosheid’ veroorzaakt.

  •  

     

    Toen was alles bij Justitie bekend. Maar er is nooit iets mee gedaan. Wij zijn ook niet als deskundigen opgeroepen tijdens het proces tegen de drie kapers die nog leefden, in Assen.

‘De trein is vanaf een afstand beschoten door scherpschutters. Je verwacht daarom dat die kogels dezelfde baan volgen. Maar sommige kogels hebben een totaal andere baan gevolgd dan de anderen. Dat kan betekenen dat de kapers zich hebben bewogen tijdens de beschieting.’

‘Later las ik iets waarvan ik dacht: dat zou het ook heel goed kunnen verklaren. Dat de mariniers die na de eerste beschieting in de trein zijn gekomen, alles wat bewoog nog even zouden hebben afgeschoten.’

Nooit opgeroepen
Kunnen die oude autopsierapporten nu nog helpen om de waarheid te achterhalen? In de verslagen van Houthoff en zijn collega’s ontbreekt cruciale informatie: met welk type kogels is geschoten. ‘De kogels die we aantroffen, leken van hetzelfde type en kaliber. Maar ik ben geen munitie-expert. Ze zijn overgedragen aan justitie. Zij hebben dat verder onderzocht.’

‘Het was voor ons niet te bepalen in welke volgorde de kogels zijn afgeschoten. Als er tien keer achter elkaar wordt geschoten, is dat verschil niet meer te zien. Vergeet bovendien niet: dit was 1977. Zo’n sectie ging er anders aan toe dan je nu in televisieprogramma’s ziet.’

Binnen twee weken na de aanval op de trein lagen de autopsierapporten op het parket in Assen. ‘Toen was alles bij Justitie bekend. Maar er is nooit iets mee gedaan. Wij zijn ook niet als deskundigen opgeroepen tijdens het proces tegen de drie kapers die nog leefden, in Assen.’

Onlangs las Houthoff in de Volkskrant dat binnen Justitie achter de schermen nog lang met de rapporten is gesold. De ouders van de overleden treinkapers wilden inzage in de stukken, maar de top van het Openbaar Ministerie probeerde dat te voorkomen.

In maart 1978, negen maanden na dato, belandde het dossier op het bureau van hoofdambtenaar Ernst Hirsch Ballin, zelf later minister van Justitie (CDA).

Het kwam tot een compromis: de toen vooraanstaande patholoog Jan Zeldenrust, van het gerechtelijk laboratorium in Rijswijk, maakte op basis van de autopsierapporten zijn eigen aantekeningen en besprak die met de ouders.

‘Vanuit Justitie gezien is dat een handige oplossing. Zeldenrust, dat was namelijk hun man. Maar eigenlijk is het een beetje glibberig. Wij hebben die secties gedaan, maar we wisten van niets. Het is een gebrek aan oprechtheid van de overheid.’

Bron

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s