’Mariniers hebben ons gered’

Telegraaf 4 januari 2014

‘Dood Zuid-Molukse terroristen onwettige liquidatie’

’Mariniers hebben ons gered’

Arie Dijkman is een vergevingsgezind mens. Kort na de in een inferno van rookbommen, laag overvliegende straaljagers en kogelregens afgelopen treinkaping bij De Punt voerde hij namens lotgenoten het woord. Daarbij onthield hij zich van beschuldigingen richting de terroristen die twintig dagen lang onschuldige burgers gijzelden. Maar nu is zijn verontwaardiging groot. Een overlevende gijzelnemer en nabestaanden van destijds omgekomen Zuid-Molukkers klagen de Staat aan. De kaping werd 11 juni 1977 beëindigd, zo beweren zij, met het in koelen bloede liquideren van de daders. Zelfs mariniers, die uiteindelijk 52 passagiers levend uit de trein wisten te krijgen, moeten – als het aan advocaat Liesbeth Zegveld en haar cliënten ligt – worden gehoord. Net als de voor de bevrijdingsactie verantwoordelijke toenmalige minister van Justitie, Dries van Agt.

„Enige waarheid is dat de kaping na bijna drie weken volkomen uit de hand dreigde te lopen”, zegt Dijkman. „Veel van de passagiers konden de druk niet meer aan, wilden in opstand komen. Aan de andere zijde leek het nog slechts een kwestie van tijd voor de Molukkers onschuldige burgers zouden doden. Hansina ’Hansje’ Uktolseja, enige vrouwelijke kaper, hing een vel papier op in onze coupé. ’Morgen zijn jullie allemaal dood’. De sfeer werd steeds grimmiger.”

Dat hoorden de vlakbij gelegen mariniers ook. Met voor die tijd geavanceerde afluisterapparatuur kregen deze special forces flarden mee van wat zich in het vierdelige Hondekop-treinstel met nummer 747 afspeelde. Zaterdag 11 juni, even voor vijf uur bij ochtendgloren, kwamen militairen en politie in actie. Toen hadden Arie Dijkman en de andere passagiers er al 482 uur gevangenschap opzitten. De gepensioneerd Philips-medewerker zegt: „Ze hebben ons fatsoenlijk behandeld. Max Papilaya was een intelligente vent, ik schaakte met hem. De kaperhoofdman was overtuigd van de RMS-idealen. Neemt niet weg dat Max en zijn acht handlangers volkomen onschuldige mensen gijzelden. Angst en onzekerheid spookten door de trein.” Mimi Dijkman, echtgenote van Arie: „Ik begrijp niets van de discussie die nu wordt gevoerd. Gijzelnemers en hun nabestaanden spreken van onrecht, van liquidaties? Als een dief in de supermarkt wordt betrapt, kent hij de sancties. Even goed weten terroristen die een trein kapen hoe het kan aflopen. De gijzelaars verkeerden in doodsangst, zij werden gered door onze mariniers. Om die dan 37 jaar later aan de schandpaal te nagelen… Ongelooflijk!”

Opvangcentrum

Mimi volgde met dochter Carla en zoon Roelof destijds het nieuws vanuit Eindhoven. Er was een opvangcentrum in Drenthe, maar de Brabantse had geen behoefde aan gezamenlijk afwachten. Arie was maandag 23 mei in alle vroegte op de trein naar Groningen gestapt. De chef van de divisie gehoorapparatuur had een gesprek in de Philips-fabriek. „Ik was met mijn 50 jaar een van de oudere passagiers”, zegt Dijkman. „Van Philips had ik kort daarvoor een document gekregen. ’Hoe te handelen bij kidnapping’. De gijzelnemers niet aankijken, zo onopvallend mogelijk optreden. Dat heb ik gedaan. Machinist en hoofdconducteur moesten de trein verlaten, kort daarna werden veertig reizigers vrijgelaten. Met 54 mensen bleven we achter.” De negen gijzelnemers hadden hun actie minutieus voorbereid en gecoördineerd. Toen treinstel 747 werd gekaapt, drongen anderen de lagere school van Bovensmilde binnen. Zij hielden aanvankelijk 105 kinderen en vijf onderwijzers vast. Eisen: Nederland moest zich inzetten voor een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken en een vrije aftocht vanaf Schiphol met 21 eerder gevangen genomen geestverwanten garanderen. Arie Dijkman: „Misschien het Stockholmsyndroom, ondefinieerbare toenadering tussen gijzelaar en gijzelnemer, maar je krijgt sympathie voor hun idealen. Tegelijkertijd realiseerde ik me wat er anderhalf jaar eerder bij Wijster was gebeurd. Ook een treinkaping, ook Molukkers. Drie onschuldige Nederlanders werden toen zonder oogknipperen vermoord. Ik wist dat het zo maar verkeerd kon aflopen.” Vooral omdat de gijzeling zich voortsleepte. Wijster duurde twaalf dagen, De Punt bijna drie weken. Over de sfeer in de trein: „Zij met de meeste bravoure sloegen dicht. Die verkeersvlieger, in het begin had hij veel praatjes. Maar al snel lag hij te huilen in de vrouwencoupé. Grote mannen kunnen heel klein worden.” De kapers zorgden ervoor dat de passagiers geen enkel contact met de buitenwereld hadden. Wat zich rondom de trein afspeelde, bleef in nevelen gehuld. Geen radio, geen kranten, geen uitleg. „We leken vergeten, al vermoedde ik wel dat we wereldnieuws waren”, aldus Dijkman. „Ik vond een briefje van een dominee, in de Bijbel die wij als leesvoer van buiten kregen. ‘Blijf moed houden!’ We hadden graag een vliegtuig met reclamesleep gezien. ‘Nederland leeft met jullie mee…’ Hersenspinsels, na lange dagen en nachten van gijzeling.”

Ondertussen werd er vanuit het vlakbij gelegen commandocentrum koortsachtig overlegd. Want er was kritiek, ook vanuit het buitenland. Waarom deed Nederland niets? De dood van drie passagiers bij die eerdere treinkaping lag nog vers in het geheugen. Zes luchtmachtvliegers, onder hen de latere Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn, oefenden met F-104G Starfighters in het zo laag mogelijk en met brullende afterburners over de trein scheren. Ouverture van de reddingsactie. Daarna zouden scherpschutters de NS Hondekoppen onder vuur nemen. Gevolgd door die uiteindelijke stormloop door mariniers. „Toen de straaljagers over raasden dacht ik eerst dat de executies waren begonnen”, herinnert Dijkman zich nog goed. „Plotseling werd uit luidsprekers gebruld dat we plat op de bodem moesten gaan liggen. Vervolgens sloegen de eerste kogels in. Twee van ons stierven. Astmapatiënt Rien van Baarsel stond op. Mogelijk uit ademnood. Ansje Monsjou sliep elders in de trein, waardoor ze werd getroffen. Vlak voor haar dood vertelde Ansje me dat ze wilde reizen. Naar India. Ondernemend kind, 19 pas. Heel verdrietig.”

Drama

Over de zes bij de actie omgekomen terroristen: „Ik weet dat ik toen blij was met de komst van de mariniers en dat ik 37 jaar later nog steeds blij ben. Wie zijn toch die mensen die het nodig vinden om zo lang na dit drama al die kritiek en beschuldigingen te spuien?” Eén van hen is kaper Junus Ririmasse, hij kwam met twee andere Molukkers heelhuids uit de trein. De andere klager is Nonna Lumalessil, zus van omgekomen gijzelnemer Ronnie Lumalessil én overlevende kaper Marcus Rudi Lumalessil. Ze hebben advocaat Liesbeth Zegveld in de arm genomen en zeggen dat de doodgeschoten Zuid-Molukkers door mariniers van de Bijzondere Bijstands Eenheid (BBE) zijn geëxecuteerd, 144 kogels in hun lichamen zouden dat bewijzen. Justitie was, zo is de stelling, al een jaar na de treinkaping op de hoogte. Ook werd „bij het verdrag van Genève verboden hollow point 5 revolvermunitie” gebruikt. Gesproken wordt van strafrechtelijke vervolging, van een doofpot. De SP orakelt over een parlementaire enquête. Justitie maakte bekend dat het „nader archiefonderzoek laat doen naar de gewelddadige beëindiging van de Molukse treinkaping” en minister Opstelten beantwoordt deze maand Kamervragen. Advocaat Liesbeth Zegveld, recent voor de NOS-camera: „Als de feiten anders liggen dan altijd gezegd, is het verhoren van getuigen een juridische mogelijkheid. Naast de minister van Justitie geldt dat zeker ook voor betrokken mariniers.” Eén van die BBE’ers meldde zich afgelopen week bij deze krant: „Onze opdracht was de gijzelaars te bevrijden. Dat daarbij doden vielen, is triest. Het was donker en onoverzichtelijk in de trein. Inzet was het redden van onschuldige burgers. Als special forces voor de rechtbank over missies als deze verantwoording moeten afleggen, kan hen dat in levensgevaar brengen. Bovendien hebben wij geheimhoudingsplicht.”

Toenmalige ’overall commander’ van de mariniers en medeopsteller van het aanvalsplan Ruud Kloppenburg heeft nooit inhoudelijk gesproken over de kaping. „Het zijn soms details die het verschil kunnen maken tussen slagen en falen”, was het enige dat de marineofficier ooit verklaarde. „Mijn integriteit en loyaliteit, kernvoorwaarden van het Korps Mariniers, komen in het geding indien ik over die details zou spreken. Ook om operationele reden.” Arie Dijkman staat vierkant achter zijn bevrijders en hun strategie. „Eén van ons werd met een touw om zijn nek buiten de trein gezet. ‘We kunnen en zullen doden’, was de lugubere boodschap. Die Molukkers pleegden een vreselijke misdaad, punt uit. Ik kwam er goed van af, maar voor veel anderen is de nachtmerrie nooit gedoofd. Als gijzelaar ben je niet meer dan handelswaar en speel je een gedwongen passieve rol.” Zijn vrouw Mimi: „Weken na de kaping stond een van de andere passagiers hier voor de deur. Hij vroeg naar Arie en liet een pistool zien. ‘Ik heb de oorlog én De Punt overleefd. Nooit meer laat ik me gijzelen’. Laten we nou toch alsjeblieft ophouden met de daders te bewieroken en die mariniers te beschuldigen. Wat krom is, kan en mag niet recht worden gepraat.”

– Charles Sanders – Amsterdam

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s