‘De terroristen mochten geen vrije aftocht krijgen’

‘De terroristen mochten geen vrije aftocht krijgen’

Geweld gebruiken of niet? En wat zijn dan de gevolgen? Dat zijn tijdens de Molukse gijzelingsacties van 1977 de vragen die het kabinet-Den Uyl zichzelf tijdens elke vergadering stelt. Woensdag presenteert het kabinet een onderzoek dat antwoord moet geven op de vraag of de kapers zijn geëxecuteerd. Als eerste kon de Volkskrant de geheime ministerraadsnotulen over de gijzelingen inzien. Verslag van de aanloop naar een fataal slot. Hieronder een integraal verslag van 12.000 woorden.

Proloog

De ministerraadsnotulen van het kabinet-Den Uyl zijn al jaren openbaar, maar de zogenoemde `P-notulen’ over de gijzelingen niet

Het is maandag 23 mei 1977, 9.00 uur. Vier Molukse jongeren stormen een school in het Drentse Bovensmilde binnen en tegelijk kapen negen anderen een stoptrein bij De Punt, 16 kilometer verderop. De zon schijnt, er is geen wolkje aan de lucht. Niet in Drenthe, en ook niet in Den Haag.

We moeten meteen bij elkaar komen voor een ministerraad, is de reflex van demissionair minister-president Joop den Uyl (PvdA). Zijn kabinet, het progressiefste ooit, is twee maanden ervoor gevallen over de vergoeding bij de onteigening van grond. Over twee dagen zijn er verkiezingen.

In 1975 hadden Molukkers ook een trein gekaapt, in het Drentse Wijster, nabij Beilen. Tegelijkertijd gijzelde een andere groep toen het Indonesische consulaat in Amsterdam. Destijds hield het kabinet zich afzijdig, maar dit keer is anders, vindt Den Uyl. Dit is te groot om aan ambtenaren over te laten. Vooral omdat de gijzelnemers kinderen vasthouden en dan ook nog zo veel: 105. De premier wijst vijf ‘meest betrokken’ ministers aan die vanaf nu alle besluiten gaan nemen: hijzelf, Dries van Agt (Justitie, KVP), Gaius de Gaay Fortman (Binnenlandse Zaken, ARP), Harry van Doorn (Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, PPR) en Max van der Stoel (Buitenlandse Zaken, PvdA).

Hoe verlopen de weken daarop? Hoe is Den Uyl opgetreden in de ministerraad? Hoe kordaat gaat zijn kabinet te werk? En wat hebben de ministers en staatssecretarissen van zijn regeringsploeg tegen elkaar gezegd?

Tot dusver wist niemand dat.

De ministerraadsnotulen van het kabinet-Den Uyl zijn al jaren openbaar, maar de zogenoemde ‘P-notulen’ over de gijzelingen niet. P staat voor persoonlijk; het waren zulke vertrouwelijke notulen dat ze naar de privé-adressen van de bewindslieden werden gestuurd. ‘Zeer Geheim’ staat er onderstreept boven, en dubbel onderstreept: ‘Persoonlijk’.

Gedurende zeven ministerraden waren de gijzelingen onderwerp van gesprek. De Volkskrant kon de P-notulen inzien en ze zijn nu beschikbaar in het Nationaal Archief. Gecombineerd met de memoires en herinneringen van de ministers van het kabinet-Den Uyl, geven de ministerraadnotulen een goed beeld van de spanning, de twijfel en vooral de onwetendheid van een kabinet dat in zijn laatste dagen plotseling met ‘een afgrijselijke situatie’ (Den Uyl) te maken krijgt.

 Den Uyl staat de pers te woord
Den Uyl staat de pers te woord © ANP

De Tweede Kamerverkiezingen mogen niet worden uitgesteld. Tenzij de gebeurtenissen afschuwelijk escaleren. Uitstel betekent dat de democratische rechtsorde opzij wordt geschoven door een terreurdaad

Joop den Uyl

Eerste ministerraad na de kaping, 23 mei ’77. 18.00 uur

Wat zijn eigenlijk de eisen van de gijzelnemers, vraagt Vorrink zich af. En hoe komen we daar achter?

Waarom de Molukkers overgingen tot gijzelingsacties

De gijzelingsacties van Molukse jongeren in de jaren zeventig waren een schreeuw om aandacht. Hun ouders hadden in Indonesië meegevochten met de Nederlanders, maar als dat land in 1949 onafhankelijk wordt, vallen de Molukkers tussen wal en schip. In Indonesië zijn ze niet meer welkom, Nederland kan de aan hun beloofde zelfbeschikking niet waarmaken.

Twaalfduizend Molukkers wijken in de jaren vijftig uit naar Nederland en worden onder barre omstandigheden in voormalige concentratiekampen en werkkampen geplaatst. Ze voelen zich vernederd, ook omdat Nederland hun Republik Maluku Selatan (RMS) niet erkent. De Molukkers worden geïsoleerd van in Nederlandse samenleving; ze heten hier immers tijdelijk te zijn. De tweede generatie Molukkers komt in opstand. In 1975 worden Molukse jongeren opgepakt, omdat ze koningin Juliana zouden willen gijzelen. In datzelfde jaar kapen Molukkers tegelijk een trein en bezetten in Amsterdam het Indonesische consulaat. De gijzelnemers doden vier gegijzelden en geven zich na dertien dagen over.

Twee jaar later kapen Molukkers opnieuw een trein en gijzelen ze tegelijk 105 schoolkinderen en vijf onderwijzers. De Molukkers protesteren daarmee tegen de geringe aandacht die hun problemen krijgen bij de campagne voor de verkiezingen, die twee dagen later gehouden worden. Na drie weken beëindigt het leger de acties.

Weer een jaar later gijzelen Molukkers 71 mensen in het Drentse provinciehuis in Assen. Twee gegijzelden worden gedood. Ook deze actie eindigt met geweld. De acties lijken het opgaan van de Molukse gemeenschap in de Nederlandse samenleving te hebben vertraagd. Nu zijn Molukkers op alle niveaus in de maatschappij te vinden. Voor sommigen heeft de RMS geen betekenis meer, voor anderen is het een springlevend ideaal.

 Ruud Lubbers.
Ruud Lubbers. © ANP

Normaal gesproken komt het kabinet-Den Uyl op vrijdag bij elkaar in de Tuinzaal van het Catshuis. In dat landhuis met de onmetelijke, ommuurde tuin iets buiten het centrum van Den Haag, vergadert het in alle rust. Nu is het maandag en is alles anders. Er heerst een noodsituatie en de agenda bevat één punt: ‘Gijzelingen bij Onnen en in Smilde.’ Dertien ministers en twee staatssecretarissen schuifelen iets voor 18.00 uur, zeven uur nadat de acties zijn begonnen, de wat krappe Blauwe Zaal in. Die bevindt zich niet in het Catshuis, maar naast de Trêveszaal aan het Binnenhof. Het behang is versierd doek, de deuren zijn babyblauw en van enige hoogte kijken de geschilderde portretten van voorbije minister-presidenten op het kabinet-Den Uyl neer.

‘Ik heb de raad voor deze extra vergadering bijeengeroepen’, opent Den Uyl, ‘omdat er een afgrijselijke situatie is ontstaan.’ De premier schetst de feiten. De gijzelingsacties zijn weloverwogen en goed voorbereid. Er zijn nog geen eisen gesteld en dus kunnen we nauwelijks reageren. De ministers Van Agt van Justitie en Van Kemenade van Onderwijs (PvdA) zijn om 14.00 uur vertrokken naar het crisiscentrum in Assen. De psychiater die in 1975 betrokken was bij de onderhandelingen rond de Molukse gijzelingen, doctor Mulder, probeert telefonisch contact te krijgen met de gijzelnemers van de school.

‘Dit is erger dan Beilen en Amsterdam’, vindt Den Uyl. Bij de treinkaping vielen toen drie doden en bij de gijzeling van het consulaat één. Er zijn aanwijzingen, legt de premier uit, dat de daders van ’75, die allemaal vastzitten in de gevangenis Norgerhaven in Veenhuizen, gisteren al wisten wat vandaag zou gebeuren.

Overmorgen zijn de Tweede Kamerverkiezingen. Die moeten niet worden uitgesteld, aldus Den Uyl. ‘Tenzij de gebeurtenissen afschuwelijk escaleren. Uitstel betekent dat de democratische rechtsorde opzij wordt geschoven door een terreurdaad.’

Dan is de premier uitgesproken en mag iedereen aan de vergadertafel zijn zegje doen. De minister van Binnenlandse Zaken, De Gaay Fortman, vertelt wat hij heeft opgevangen. Het gerucht ging dat ergens in de provincie Groningen een aantal gewapende Molukkers in een bos was gesignaleerd. ‘Dat gerucht is onjuist gebleken.’ De Gaay Fortman heeft ‘een vrij aanzienlijke politiemacht naar Smilde gedirigeerd’. Daar heeft de politie geprobeerd de school te naderen, of op zijn minst contact te leggen met de Molukkers, onder het mom van het overhandigen van lunchpakketten. Dat plan viel in het water toen de ouders van de kinderen zelf probeerden voedselpakketten af te leveren.

De acties hebben alle diensten overrompeld, maakt De Gaay Fortman duidelijk. De Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) en de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) hadden geen enkele aanwijzing opgevangen. En dan is er nog een probleem: de man die gaat over de terreurbestrijding in Nederland, de procureur-generaal in Den Haag, is spoorloos. ‘Hij is na vertrek uit Den Haag niet op plaats van bestemming aangekomen.’

Informant
Minister van Buitenlandse Zaken Van der Stoel zegt dat ook hij uitstel van de verkiezingen capitulatie voor terreur vindt.

Klopt het, wil minister van Financiën Wim Duisenberg (PvdA) weten, dat iemand een paar dagen geleden het ministerie van Justitie is binnengelopen en heeft gezegd dat hij twee mensen kent die over informatie beschikt over op handen zijnde gijzelingsacties. ‘Dat stond in Trouw.’

Die man, reageert De Gaay Fortman, wilde alleen wat vertellen als hij daarvoor geld zou krijgen. Daarop hebben ze bij Justitie tegen hem gezegd dat hij alleen geld krijgt als zijn informatie zinvol is. ‘Het hoofd van de directie politie van Justitie, Fonteijn, heeft geoordeeld dat het geen waardevolle informatie betrof’, zegt de minister van Binnenlandse Zaken.

Het wordt de ministers snel duidelijk: we weten nagenoeg niets over de gijzelnemers. De Molukkers die bemiddelden bij de vorige gijzelingen weten ook niet wie nu de school en de trein gijzelen. De Molukkers hebben zelf een crisiscentrum ingericht, zegt minister Van Doorn van Cultuur Recreatie en Maatschappelijk Werk. Dat staat onder leiding van de heer P.W. Lokollo, ambtenaar van het ministerie van Justitie, maar die weet ook niet veel over de overvallers.

We moeten de Molukse gemeenschap goed in de gaten houden, vindt Van Doorn. ‘Omdat het zeer wel denkbaar is dat door Nederlanders agressieve acties jegens Molukkers worden ontketend.’

Daarmee zijn we al begonnen, stelt De Gaay Fortman gerust: ‘Ongeuniformeerde politiemensen observeren de Molukse woonoorden en Indonesische objecten in ons land worden bewaakt.’

Hoe stellen wij als kabinet de verdere behandeling van de gijzelingen voor? vraagt Van Doorn.

Wat we in ieder geval moeten doen, zegt de premier, is de brandweer naar de Molukse woonoorden sturen. ‘Ik heb de indruk dat er plannen voor brandstichting worden voorbereid.’ Nu de Molukkers ook kinderen hebben gegijzeld, kan niet worden uitgesloten dat met name de ouders tot tegenacties in staat blijken. De houding van die ouders, zegt staatssecretaris Jo Hendriks van Volksgezondheid (KVP), is het laatste uur duidelijk aan het escaleren.

Minister Irene Vorrink van Volksgezondheid (PvdA) vraagt of en hoe kan worden voorkomen dat de kapers via de radio berichten ontvangen. Minister Boy Trip van Wetenschapsbeleid (PPR) heeft een gesprek opgevangen waarin een journalist werd aangespoord ‘een goed smeuïg artikel te schrijven over de gijzelingsacties’. Wat Trip betreft, moet met de hoofdredacteuren worden gesproken over de wijze van berichtgeving. Als de kinderen vannacht in de school moeten blijven, reageert Den Uyl, dan denk ik dat we de pers om de nodige zelfbeheersing moeten vragen.

Wrevel
D’66-leider Jan Terlouw heeft gesproken met de voorzitter van het Interkerkelijk Contact Comité Ambon Nederland (ICCAN). Die zei dat de gijzelingen uiting geven aan wrevel over het feit dat in de verkiezingsstrijd nauwelijks aandacht is geweest voor de Zuid-Molukse problematiek. ‘Misschien zou het matigend kunnen werken als de fractievoorzitters en lijsttrekkers met de gijzelaars praten’, oppert Den Uyl. (De premier spreekt volgens de P-notulen van ‘gijzelaars’, maar uit het vervolg van de discussie blijkt hij de kapers bedoelt, dus de gijzelnemers.)

‘Dat moeten we niet uitsluiten’, valt partijgenoot Van der Stoel de premier bij. Zo denkt de volgende PvdA-minister, Jan Pronk van Ontwikkelingssamenwerking, er ook over: ‘We moeten zo snel mogelijk nagaan of de fractieleiders bereid zijn tot zo’n gesprek.’

De Gaay Fortman wil hier niets van weten. ‘Dit wijs ik van de hand, hoewel de fractievoorzitters daar zelf over zullen moeten beslissen.’ Trouwens, zegt hij, aan de mening van de ICCAN-voorzitter tillen ze in Zuid-Molukse kring niet bijzonder zwaar. Minister Ruud Lubbers van Economische Zaken (KVP) valt hem bij: er moet beslist geen gesprek komen tussen fractievoorzitters en de kapers. Sterker: dat het kabinet hierover praat en nadenkt, mag nooit ofte nimmer uitlekken.

Ook minister Fons van der Stee van Landbouw en Visserij (KVP) wil niets weten van een gesprek met de gijzelnemers. Hij herinnert zijn collega’s aan de vorige gijzelingszaken. ‘Die zijn opgelost omdat een indrukwekkende kalmte is bewaard.’ Dat moeten we nu weer doen, meent hij: vastberaden en kalm reageren.

Wacht even collega Van der Stee, grijpt de premier in: bij die vorige gijzelingen hadden we meer tijd om ze tot een goed einde te brengen en er waren niet zoveel kinderen bij betrokken. ‘Ik ben echt bang voor ongelukken als de kinderen niet voor vannacht twaalf uur uit de school in Smilde worden vrijgelaten.’

Daarom moeten we de gijzeling van de school zo snel mogelijk beëindigen, zegt minister Tjerk Westerterp van Verkeer en Waterstaat (KVP). Bij de vorige acties konden we rekenen op het geduld van de volwassen gegijzelden en hun familie. Hoe kinderen en hun ouders op een gijzeling reageren, weten we niet. En vergeet de zes gegijzelde onderwijzers niet, zegt Den Uyl, misschien zitten daar Molukkers bij.

Staatssecretaris Jo Hendriks van Volksgezondheid en Milieuhygiëne (KVP) kalmeert de ministers een beetje: als de leraren rustig blijven, blijven de kinderen dat ook, is hem verzekerd. ‘Dan kunnen ze enige dagen een gijzeling doorstaan. Het echte probleem in Smilde is de mogelijke reactie van de ouders.’

Den Uyl lijkt iets te voelen voor het ruilen van gegijzelde kinderen voor volwassenen. ‘Er zijn mensen die zich hiervoor hebben aangeboden.’ Dat gebeurde de vorige keer ook en toen is gezegd dat een zo’n uitruil niets oplost. ‘Maar’, zegt de premier, ‘toen ging het om volwassenen.’

Eisen
Wat zijn eigenlijk de eisen van de gijzelnemers, vraagt Vorrink zich af. En hoe komen we daar achter? We hebben contact met de Molukkers in de school gezocht, vertelt De Gaay Fortman, maar het enige dat we terugkregen, was dat ze willen spreken als het hen uitkomt. Met de trein bij De Punt hebben we nog geen contact kunnen leggen.

Misschien, zegt Trip hoopvol, duren de acties maar twee dagen, tot de verkiezingen. Misschien willen de gijzelnemers zo aandacht vragen voor hun problemen. Zou kunnen, reageert Van der Stee, en dan vragen de kapers vervolgens om een vrije aftocht via vliegveld Eelde.

Intussen lijkt Den Uyl alweer op andere gedachten te zijn gekomen over het door hemzelf geopperde ruilen van gegijzelde kinderen voor volwassenen. ‘Dat zal de overvallers aansporen de duur van de gijzelingen te verlengen.’

Dan vraagt Duisenberg naar ingenieur Johan Manusama, de president in ballingschap van de Republik Maluku Selatan, RMS. ‘Welke rol speelt hij?’ Den Uyl heeft met Manusama contact gehad en vertelt dat er aanwijzingen zijn dat de kapers afkomstig zijn uit het kamp van de tegenstander van Manusama, dominee Samuël Metiarij. ‘De strijd tussen beide Molukse leiders is door Manusama gewonnen’, weet de premier.

Als de kapers contact hebben gehad met de daders van de vorige gijzelingsacties, vraagt Pronk, is er dan aan gedacht om via die gedetineerden contact te leggen met de actievoerders? ‘Dat is niet gelukt’, zegt Den Uyl.

Voor het eerst neemt de nieuwe minister van Defensie, Bram Stemerdink (PvdA), het woord. Alleen de Molukse woonoorden beschermen is niet genoeg, vindt hij. De minister-president moet de hele bevolking oproepen kalm te blijven. Het zou Stemerdink niet verbazen als de gijzelnemers helemaal geen onderhandelingsaanbod doen; de vorige gijzelingsacties ebden juist weg toen de gijzelnemers eenmaal besloten tot onderhandelingen. Daarom is het misschien beter dat de regering zelf aanbiedt te onderhandelen.

Ik zou zeggen, oppert Westerterp, laten we de verkiezingen uitstellen ‘als in ruil daarvoor de gegijzelde kinderen worden vrijgelaten’. Daarmee is niemand het eens. ‘Met de verkiezingen kan niet worden gemarchandeerd’, zegt Van der Stee. Zo is dat, valt minister Hans Gruijters van Volkshuisvesting (D’66) hem bij, maar we moeten er wel rekening mee houden dat de verkiezingen worden uitgesteld.

Geweld
Uitgerekend Gruijters, de bewindsman die vanwege zijn portefeuille het minst betrokken is bij de situatie, oppert de gijzelingen met geweld te beëindigen. Althans, hij vraagt of de aanwezigen daaraan denken. ‘Gewapende actie moeten we niet uitsluiten’, zegt Gruijters. ‘Ook in december 1975 heeft het kabinet op het punt gestaan een dergelijke beslissing te nemen.’

De minister-president werpt tegen dat het kabinet juist een reputatie heeft opgebouwd met het beëindigen van gijzelingen langs vreedzame weg. Wel zijn voorbereidingen getroffen om door middel van gewapend ingrijpen de gijzelingen te beëindigen. Alleen: de kinderen. Er zijn er zoveel gegijzeld dat we erg zorgvuldig moeten nadenken eer we geweld gebruiken, vindt Den Uyl.

Op tv tot kalmte manen ‘opdat de bevolking van onberaden acties kan worden afgehouden’, daarvoor voelt Den Uyl nog niet. ‘Als de ontwikkelingen er aanleiding toe geven, zal ik mijn verantwoordelijkheid nemen.’ Hou er wel rekening mee dat uw woorden ook in de trein en de school kunnen worden gehoord, zegt Van der Stee. Dat vergt voorzichtigheid, zodat geen geweld wordt uitgelokt.

Den Uyl werkt toe naar een einde van de ingelaste bijeenkomst. Wat gaan wij doen? In ieder geval pakken we het anders aan dan in 1975. Toen mochten de meest betrokken bewindslieden handelen naar bevind van zaken. ‘Bij deze gijzelingen is de situatie ernstiger. Daarom heeft de ministerraad recht op regelmatige informatie over het verloop ervan.’ We hebben een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de afloop, vindt de premier.

Terwijl Den Uyl ter afronding van de ministerraad zijn conclusies opsomt, ziet Lubbers zijn verlangen de grond in geboord dat er buiten de Blauwe Zaal nimmer gesproken zal worden over een gesprek tussen kapers en fractievoorzitters. De pers heeft er al lucht van gekregen, is het bericht dat tijdens de ministerraad binnenkomt.

De verkiezingen zullen op 25 mei 1977 worden gehouden, luidt de eerste conclusie van Den Uyl, tenzij zich alsnog een catastrofe voordoet. ‘Die toevoeging dient buiten de publiciteit te blijven.’

Conclusie twee: ‘De minister-president zal zich nader met de meest betrokken bewindslieden beraden over de wenselijkheid van een oproep via de televisie, waarbij de bevolking tot kalmte wordt gemaand.’

Morgen, op 24 mei om 12.00 uur komen we hier in de Blauwe Zaal opnieuw bij elkaar, zijn de laatste woorden van Den Uyl. ‘Voor nader beraad.’

 Er wordt eten en drinken naar de trein gebracht.
Er wordt eten en drinken naar de trein gebracht. © ANP

Tweede ministerraad; 36 uur na de kaping, 24 mei ’77. 16.40 uur

Premier Den Uyl doet een ontboezeming: `Ik voel ook weleens de neiging deze gijzelingen door middel van gewelddadig ingrijpen te beëindigen.’ Even is het stil

De hoofdpersonen uit het kabinet-Den Uyl (1973-1977)

Het kabinet-Den Uyl geldt met tien linkse ministers en zes rechtse als progressiefste ooit. Vooral dankzij de gasopbrengsten heeft het kabinet financieel de wind in de rug. Het valt twee maanden voor de verkiezingen, vooral omdat regeringspartijen KVP en ARP de handen vrij willen hebben om samen met het oppositiepartij CHU de verkiezingscampagne in te gaan als het nieuw te vormen CDA.

PvdA-leider en minister-president Joop den Uyl is het onmiskenbare, charismatische boegbeeld. Gedreven of drammerig; de bewondering van links is ongeveer even groot als de afkeer van rechts voor de onvermoeibare econoom en erudiete oud-journalist.

Vicepremier en minister van Justitie Dries van Agt is in de gepolariseerde politiek van die tijd het volmaakte tegendeel van Den Uyl. Uitzonderlijk eloquent, maar ook stijl en stram. Groeit mede dankzij een al dan niet gespeelde liefde voor de racefiets uit tot populaire politicus.

Vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken Willem ‘Gaius’ de Gaay Fortman was met zijn 62 jaar de nestor van het kabinet. Gezaghebbend, relativerend, vaderlijk en ook progressief zijn de etiketten die op deze ARP’er, later CDA’er, worden geplakt. Had een goede band met Den Uyl.

Ruud Lubbers (KVP) was net 34 geworden toen hij minister van Economische Zaken werd. Stond bekend als wild en heetgebakerd. De oudere mannen van het kabinet namen hem niet geheel serieus. Werd langstzittende minister-president ooit.

De magistratelijke Harry van Doorn (PPR) was minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. Stond bekend als eigenzinnig, autoritair en wars van de waan van de dag.

Dwarser dan Hans Gruijters, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, krijg je ze niet. Over alles binnen en buiten zijn terrein had de non-conformistische Brabantse D66’er een (afwijkende) mening. Die uitte hij scherp en geestig, maar ook zonder ruimte voor tegenspraak.

De 8 gijzelingen:

Augustus 1970, Wassenaar: 33 Zuid-Molukkers gijzelen het gezin van de Indonesische ambassadeur. Eén agent komt hierbij om het leven. De gijzeling komt na bemiddeling ten einde.

Januari 1973, Deil: twee Haagse bankrovers, Daan D. En Jan B., gijzelen een boerenfamilie. Na 26 uur is de gijzeling ten einde. De gijzelnemers mogen vertrekken in het gezelschap van de moeder van Daan D., een advocaat en een ongewapende rechercheur als chauffeur. Zij rijden naar de ouderlijke woning van Daan. De politie gooit traangasgranaten door de ramen naar binnen en arresteert de gijzelnemers.

September 1974, Den Haag: gijzeling van de Franse ambassadeur en andere aanwezigen in de Franse ambassade. De eis van de gijzelnemers: vrijlating van leden van het Japanse Rode Leger. De eis wordt ingewilligd.

September 1974, Scheveningen: gijzeling in de Scheveningse gevangenis door criminelen, waaronder een Palestijn. De terroristen worden door mariniers opgepakt.

December 1975, Wijster en Amsterdam: Zuid-Molukkers gijzelen een trein en het Indonesische consulaat. De eisen worden niet ingewilligd. Er vallen vier doden.

Mei 1977, De Punt en Bovensmilde: Zuid-Molukkers gijzelen een basisschool en een trein. De gijzeling wordt met militair geweld beëindigd. Er vallen acht doden. De eisen worden niet ingewilligd. Bron: Mariska van Venetië, Alles wat u beslist over Nederland moet weten, Bert Bakker

 Het kabinet Den Uyl op het bordes bij koningin Juliana.
Het kabinet Den Uyl op het bordes bij koningin Juliana. © ANP

De zon schijnt nog steeds volop als veertien demissionaire ministers zich voor de tweede dag op rij in de Blauwe Zaal wurmen. De ingelaste ministerraad begint veel later dan Den Uyl gisteren heeft aangekondigd, om 16.40 uur in plaats van 12.00 uur. Wederom bevat de agenda maar één regel: ‘Gijzelingen bij Onnen en in Smilde.’

Den Uyl begint met een zacht klopje van zijn voorzittershamer en herinnert zijn ploeg aan het besluit van gisteren: de verkiezingen van morgen, 25 mei, gaan gewoon door. Ook vertelt de premier dat hij met Anne Vondeling, de voorzitter van de Tweede Kamer, heeft gesproken. Ze hebben het gehad over het wel of niet inlichten van de fractievoorzitters van de grootste partijen in de Tweede Kamer, verenigd in het seniorenconvent, over het verloop van de twee gijzelingen. Den Uyl vindt dat dit ongereguleerde gremium niet moet worden geïnformeerd. ‘De situatie rondom de gijzelingen is zeer delicaat’, zegt hij. Met andere woorden: Den Uyl vreest dat wat hij in dat seniorenconvent bespreekt, meteen wordt gelekt naar de pers.

Dan geeft de minister-president het woord aan vicepremier Van Agt. ‘In de school in Smilde worden nog altijd 105 kinderen en zes leerkrachten gegijzeld’, zegt Van Agt. In de trein zitten tussen de veertig en zeventig gegijzelden. ‘Hoeveel het er precies zijn, weten we nog steeds niet.’

Wat belangrijk is: de overvallers van de trein hebben hun eisen bekendgemaakt. Ze willen de vrijlating van 21 Molukkers die zijn veroordeeld voor de gijzelingen van 1975 bij Beilen en in Amsterdam en van de mislukte poging om de koningin te gijzelen. Ook willen de kapers met een aantal gegijzelden het land verlaten. ‘Uit telefonische gesprekken die psychiater Mulder met de overvallers van de school heeft gevoerd, is gebleken dat dezen zich bij de gestelde eisen aansluiten’, zegt Van Agt.

Willigt de regering de eisen niet in, dan worden de trein en de school morgen – verkiezingsdag – om 14.00 uur opgeblazen. Althans, dat dreigement is publiek gemaakt. De ministers interpreteren het als dat er enkele gegijzelden kunnen worden gedood.

Mulder heeft de kapers via radio en televisie opgeroepen contact met hem op te nemen, vertelt de minister van Justitie. Ze hebben daar aarzelend gehoor aan gegeven, vertelt Van Agt. Het blijkt makkelijker praten met de gijzelnemers in de school dan in de trein. Toch weigeren ze iemand bij de school toe te laten. ‘Zij hebben aangekondigd op eventueel naderende bemiddelaars te zullen schieten.’

Vrijlaten
De treinkapers hebben het bevel gegeven aan het crisiscentrum in Assen om met hen te bellen om 14.00 uur. Dat is gebeurd. Ze willen om 18.00 uur vanavond weten wat de regering van hun eisen denkt. ‘Wij zullen reageren dat we pas verder praten als de kinderen uit de school zijn vrijgelaten’, zegt Van Agt. ‘Die boodschap zal op de meest tactische wijze door psychiater Mulder worden overgebracht.’

Even is geprobeerd de Molukse dominee Metiarij te gebruiken als bemiddelaar. De kapers zouden tot zijn kamp behoren. Hij heeft aangeboden naar de school te gaan voor een bemiddelingspoging, maar kwam daarop terug. Van Metiarij moeten we het niet hebben, vertelt Van Agt, volgens Mulder is zijn gedrag ‘onvoorspelbaar en onzeker’.

Den Uyl vertelt dat tal van prominente Molukkers zijn gepolst voor bemiddelingspogingen, maar de gijzelnemers van de school hebben ze allemaal geweigerd. ‘We gaan na of een andere Molukker eventueel wel kan worden aanvaard.’ Een duidelijke oproep van Molukse zijde om de acties te beëindigen, is er nog niet geweest. ‘Dat vind ik zeer verontrustend’, zegt Den Uyl, ‘zeker als je bedenkt hoe de daders van vorige gijzelingsacties op 25 april in de Houtrusthallen zijn vereerd.’ Positief is dat de Molukse jeugdbeweging de gijzelingen veroordeelt, zij het in gematigde woorden.

Van Agt maakt zich over iets anders grote zorgen. Op zijn departement komen voortdurend berichten binnen over Nederlanders die van plan zijn terug te slaan tegen Molukkers. Meteen voegt de minister daaraan toe dat het onaanvaardbaar is dat de overvallers samen met gegijzelden het land verlaten, zoals ze hebben geëist. De ambtenaren van Van Agt hebben gekeken naar de door de overvallers gevraagde vliegtuigruimte. ‘Waarschijnlijk willen ze met een klein aantal volwassen gijzelaars het land uit.’ Met veel of met weinig: ‘Dat kan nimmer worden toegestaan.’

Tegen de eis de eerder veroordeelde Molukkers mee te nemen, is nog niet definitief ‘nee’ gezegd, moet Van Agt toegeven. Zo’n vrije aftocht wordt moeilijk. ‘Omdat er waarschijnlijk geen land zal zijn dat deze misdadigers zal willen opnemen.’ En als dat wel zo zou zijn, dan kan de bemanning van het vliegtuig dat ze naar zo’n land brengt, in moeilijkheden raken.

Beheersen
Wat die Nederlandse acties tegen Molukkers betreft, reageert De Gaay Fortman, als een commissaris van de koningin of een burgemeester er niet op vertrouwt dat de Nederlanders in zijn gebied zich kunnen beheersen, mogen ze hun politie versterken. En die belangrijke procureur-generaal in Den Haag die gisteren spoorloos was, heeft zich vanmorgen gemeld.

Den Uyl kijkt de tafel rond, laat een lange, drukkende stilte vallen en neemt het woord. ‘Morgen, als het ultimatum om 14.00 uur afloopt, tekent zich een crisissituatie af’, zegt hij traag. De premier voelt zich ‘door de allesoverheersende belangstelling die de massamedia tonen voor de gijzelingen’ in de hoek gedrukt. In stilte werken aan een oplossing kan niet meer. De hele bevolking weet van het ultimatum. En als het afloopt, wil het hele volk van de media vernemen wat er dan gebeurt. ‘Dat speelt de overvallers in de kaart.’

De premier kijkt naar minister Van Doorn, die over de media gaat en over de gijzelingsacties heeft gesproken met de voorzitter van de NOS. Kunnen we de pers aansporen tot de nodige matiging in de berichtgeving?

Voordat Van Doorn kan antwoorden, zet de ongezeglijke Gruijters de zaak op scherp: ‘Hoe op de televisie gisterenavond over de gijzelingen is bericht, dient geen enkel belang.’ Het moet anders, zegt Gruijters: hou het publiek op de hoogte met korte berichten. En trouwens, ook de collega’s in het kabinet moeten hun commentaren beperken. En als de pers de berichtgeving niet vrijwillig wil matigen, dan moet de regering ingrijpen.

Daar kleeft een nadeel aan, zegt minister Pronk. ‘Als we de pers beperkingen gaan opleggen, weten de kapers dat er wat staat te gebeuren.’

Harde hand
De als zachtaardig bekendstaande minister Boersma gooit het over een andere boeg. ‘Is overwogen tegen zonsopgang met harde hand een eind te maken aan de gijzelingen?’ Het is een spijkerharde vraag: de 105 kinderen in de school in Smilde maken dat dit niet is overwogen. Dat zint Boersma niet. ‘We moeten overwegen van het bestaande draaiboek af te wijken.’

Als het ultimatum afloopt en de gijzelnemers gebruiken geweld, vindt Pronk, dan moet de overheid klaarstaan en bereid zijn ook gewelddadig in te grijpen en de acties te beëindigen. Dat moet dan tegelijk bij Onnen en in Smilde gebeuren, instrueert de minister van Ontwikkelingssamenwerking.

Nee, geen geweld, bezweert Westerterp, met overreding krijgen we de kinderen eerder vrij. Maar als dat misgaat en een kind wordt doodgeschoten, zo lijkt de minister van Verkeer zichzelf toe te spreken, dan zijn de ouders niet langer in toom te houden.

De heer Westerterp weet niet waar hij het over heeft, vindt Van Kemenade. De minister van Onderwijs is gisteren in Smilde geweest en de ouders reageren anders dan Westerterp voorspelt. Zij zijn doodsbang dat hun kinderen iets gebeurt en willen dat de gijzelnemers uiterst behoedzaam worden benaderd. Overigens, zegt Van Kemenade, er werkt op mijn ministerie een Molukker, Theo Kuhuwael, die veel gezag heeft bij de Molukse jongeren en bereid is als bemiddelaar op te treden.

Minister Trip vindt dat de regering de kapers moet verrassen met een onverwachte toezegging, in ruil voor het voorbij laten gaan van het ultimatum. Bijvoorbeeld, haakt Lubbers in, dat de kapers gaan praten met slachtoffers van de acties van 1975. ‘Dat zou psychologische voordelen kunnen hebben.’ Of de ouders van de gijzelnemers met hun kinderen laten praten. ‘Dat zou verwarring kunnen stichten.’

Duisenberg
Het rondje van de vergadering is aangekomen bij minister Duisenberg van Financiën. Hij wil spijkers met koppen slaan. We gaan dus om 18.00 uur tegen de kapers zeggen dat we alleen verder praten als ze de kinderen vrijlaten? vraagt hij. Wat gebeurt er dan met de gegijzelde leerkrachten? En wat Boersma zegt, om bij zonsopgang met geweld de gijzelingen te beëindigen, wat vinden we daarvan?

Dergelijke besluiten kunnen we onmogelijk met een voltallige ministerraad nemen, reageert Van Doorn. Het is nuttig dat we een gedachtewisseling hebben met zijn allen, maar de beslissingen moeten de meest betrokken bewindslieden nemen. Nu besluiten de gijzelingen te beëindigen, kan het kabinet niet. Daarvoor is ook cruciaal wat de bevindingen zijn van psychiater Mulder.

En het voorstel van collega Gruijters, vraagt Duisenberg, om de pers beperkingen op te leggen, wat besluiten we daarover? Ik vind de informatie over de gijzelingen niet zo schadelijk, zegt Van Doorn. Als er aanleiding voor is, wil ik wel incidenteel met hoofdredacteuren gaan praten. Meer kan niet, legt de ‘mediaminister’ uit, de regering heeft de middelen niet om ‘onder de huidige omstandigheden een algemene maatregel tegen de pers te nemen’. Doen we dat toch, dan jagen we het overgrote deel van de pers, dat ‘op een juiste wijze zijn taak vervult’, tegen ons in het harnas. ‘Eens met de minister van CRM’, zegt Den Uyl. ‘Geen maatregel van bovenaf opleggen aan de pers, wel eventueel terloops met enkele hoofdredacteuren spreken.’

Wat ik zou willen voorkomen, zegt minister Pronk, is dat als aan de gijzelingen een gewelddadig einde wordt gemaakt, daarvan televisiebeelden worden vertoond. Vanuit de tweede rij stelt de baas van de Rijksvoorlichtingsdienst, Gijs van der Wiel, Pronk gerust: ‘Hierover zijn met de media afspraken gemaakt.’

Hoewel Gruijters het met Van Doorn eens is dat de ministerraad niet de plek is om te bepalen welke acties tegen de gijzelingen moeten worden genomen, neemt de minister van Volkshuisvesting er toch een voorschot op. ‘Als tot gewelddadig ingrijpen wordt besloten’, filosofeert hij, ‘zal dat waarschijnlijk ’s nachts en op twee plaatsen tegelijk moeten gebeuren. Als wij het dreigement serieus nemen dat de overvallers op 25 mei om 14.00 uur enige gegijzelden zullen doden, dan rijst de vraag of niet vannacht gewapenderhand moet worden opgetreden. Gebeurt dat niet, dan neemt het kabinet de zware verantwoordelijkheid op zich dat er morgen gegijzelden worden gedood.’

Probleem
Het is stil en de blikken gaan naar Van Agt. Hij moet knopen doorhakken en reageren op alle goedbedoelde suggesties van zijn collega’s. Van Agt vat samen: ‘Is het mogelijk, dan wel wenselijk om voor morgen 14.00 uur gewelddadig in te grijpen om de gijzelingen te beëindigen?’ Tot nu toe, de gijzelingen zijn anderhalve dag aan de gang, is alles erop gericht geweld te vermijden. Aanvankelijk was het crisiscentrum in Assen slecht georganiseerd. Nu gaat het daar goed, vertelt Van Agt. Afzonderlijke teams behandelen de gijzeling bij de trein en die bij de school.

Wat gewelddadig ingrijpen betreft, is er een technisch probleem. De trein staat, zegt Van Agt, ‘bijzonder professioneel opgesteld’. De kapers hebben de trein op een plek laten stoppen waar ze eventuele aanvallers letterlijk kilometers tevoren zien aankomen. Daardoor is het moeilijk door middel van een gewapende actie een einde te maken aan de gijzeling. Bij de school is de uitvoering makkelijker, maar psychologisch moeilijker. ‘De mariniers kunnen geen garantie geven dat bij een gewapende actie alle kinderen ongedeerd blijven’, biecht Van Agt op.

Hij kijkt naar Gruijters. ‘Ik heb grote aarzeling vannacht gewapenderhand de gijzelingen te beëindigen’, zegt de minister van Justitie traag. Zouden de overvallers enige gegijzelden executeren, dan liggen noodplannen klaar voor ingrijpen. ‘We werken nog aan een plan voor het moment dat we het zelf niet langer nuttig achten om te praten en besluiten tot gewapend ingrijpen.’

‘Dus’, zegt Gruijters, ‘de minister van Justitie neemt het risico dat morgen één of meer personen door de overvallers worden geëxecuteerd.’

Daar reageert Van Agt niet op. Hij vindt dat bij de gijzelingen soepeler moet worden opgetreden dan in 1975. ‘Er zijn zo veel kinderen in het spel.’ Wel is het ondenkbaar dat een vliegtuig met gegijzelden het land verlaat. ‘Ook al zouden de overvallers enige kinderen doodschieten.’

Murw
We hebben plannen die verder gaan dan tot morgenochtend 7.00 uur, legt Van Agt uit. Hij verwacht weinig succes van de harde opstelling om pas met de overvallers te praten als ze de kinderen uit de school vrijlaten. ‘Wat bij de vorige gijzelingsacties vruchten heeft afgeworpen, is een tactiek die erop is gebaseerd de overvallers murw te maken.’ Dat weten ze van de vorige keer, werpt Westerterp tegen, dus daar houden ze rekening mee.

Dat ze juist kinderen hebben gegijzeld, heeft de woede van de Nederlanders gewekt, weet minister Pronk. ‘Dat werkt voor de Molukkers contraproductief.’ Molukse bemiddelaars moeten dat de overvallers aan hun verstand brengen.

En als de kinderen worden vrijgelaten, wil Duisenberg weten, moet het onderwijzend personeel dan achterblijven? ‘Ik denk dat dit onvermijdelijk is’, zegt Den Uyl zwaar.

‘Ik denk toch niet dat ze kinderen executeren’, peinst De Gaay Fortman. ‘Als de Molukkers tot executie besluiten, dan is het waarschijnlijker dat ze volwassenen doden.’

De stemming aan tafel is zeer bedrukt en premier Den Uyl doet een ontboezeming: ‘Ik voel ook weleens de neiging deze gijzelingen door middel van gewelddadig ingrijpen te beëindigen.’ Even is het stil. ‘Maar de minister van Onderwijs heeft gelijk: de ouders willen rustig afwachten zolang de risico’s voor de veiligheid van hun kinderen zo klein mogelijk zijn.’

De tactiek is wat Den Uyl betreft duidelijk: de gijzelnemers uitroken totdat ze zichzelf overgeven. ‘Bij de gijzelingen bij Beilen en in Amsterdam zijn vier doden gevallen en toch heeft de regering niet tot geweld besloten. Toen hebben de moordenaars zich na twintig dagen overgegeven.’ Bij een andere gijzeling ging het ook zo: AKZO-directeurTiede Herrema is zes weken vastgehouden door de IRA. ‘Hij heeft het pleit kunnen winnen door almaar met de overvallers te blijven praten.’

Den Uyl schetst ook de andere kant: gijzelingen die met succes zijn beëindigd door geweld. Voorbeelden daarvan heeft de premier ook: de bevrijding van de Israëlische gijzelaars in Entebbe, Oeganda, de bestorming door mariniers die zonder slachtoffers een eind maakten aan de gijzeling in de Scheveningse gevangenis en detumultueuze beëindiging van de gijzeling door de Rote Armee Fraktion van de Duitse ambassade in Stockholm.

Den Uyl wil ermee zeggen: we mogen de mogelijkheid van gewelddadig ingrijpen niet uitsluiten. Vooral als de overvallers één of meer gegijzelden executeren. Zolang niet zeker is dat zo’n executie een reële dreiging is, kan alleen met geweld een einde aan de gijzelingen worden gemaakt als er een redelijke zekerheid bestaat van een goede afloop. ‘Die zekerheid bestaat niet’, zegt de minister-president.

Dat ultimatum van 14.00 uur, oppert Lubbers, laten we proberen de zaak over dat tijdstip heen te tillen. Daar bestaan bepaalde gedachten over, laat Den Uyl enigszins raadselachtig weten.

En als na 14.00 uur een of meer van de treinpassagiers worden geëxecuteerd, wil Westerterp van Van Agt weten, wat gebeurt er dan? ‘Dan maakt de commandant van de mariniers met specialisten een analyse van de mogelijkheden om de trein gewapenderhand te overmeesteren.’ Let wel, waarschuwt de minister van Justitie: ‘Het aantal slachtoffers dat bij een gewapende actie tegen de trein zal vallen, wordt nogal hoog getaxeerd.’

Overmeesteren
Als de kapers met bussen naar vliegveld Eelde gaan, vraagt minister Stemerdink van Defensie, kunnen we ze dan overmeesteren? ‘Die fase is nog niet aan de orde’, is de kalme reactie van Den Uyl.

De verkiezingen, zegt hij, gaan morgen gewoon door. Wat daarna te doen? Als trein en school nog steeds worden gegijzeld, is het niet mogelijk in alle rust de betekenis van de verkiezingsuitslag af te wegen. ‘Ik heb daarover met Kamervoorzitter Vondeling gesproken’, zegt Den Uyl. Hij gaat koningin Juliana adviseren voor Pinksteren, 29 mei, met de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer en de vicepresident van de Raad van State te spreken over de verkiezingsuitslag. Pas na Pinksteren zou ze de lijsttrekkers moeten consulteren, zal Den Uyl voorstellen.

Minister van Binnenlandse Zaken De Gaay Fortman wijst Den Uyl terecht. Er zijn geen vaste regels voor consultaties met het staatshoofd naar aanleiding van de verkiezingsuitslag. Bovendien is het de vraag of de situatie na Pinksteren gunstiger zal zijn. Wat de premier de koningin in ieder geval duidelijk moet maken, is dat nu niet zo snel kan worden gehandeld als anders.

Gruijters wil gezegd hebben dat hij vindt dat het kabinet er rekening mee moet houden dat Molukkers de verkiezingen te verstoren. Hij denkt dat ze één of meer stembureaus zullen aanvallen. ‘Daarom moet, vooral als het ultimatum wordt uitgesteld, het in- en uitgaande verkeer uit de Molukse woonoorden bijzonder scherp worden gecontroleerd.’

Den Uyl zit op een andere lijn: hij is eerder bang dat boze Nederlanders naar de Molukse woonoorden optrekken als de overvallers één of meerdere gegijzelden vermoorden.

Daar komt bij, zegt De Gaay Fortman tegen Gruijters: het is erg moeilijk een paar duizend stembureaus te bewaken. ‘Dat kan niet zonder legerinzet. Dat moeten we niet doen.’ Eventueel kunnen bewakers rond het centraal stembureau in Den Haag gaan staan. Het gaat me niet om die stembureaus, licht Gruijters toe, maar om controle op in- en uitgaand verkeer uit de Molukse woonoorden. Dat verkeer bewaken we al, reageert De Gaay Fortman.

De minister-president neemt zijn hamer ter hand. Het is tijd voor zijn specialiteit: het formuleren van de conclusies op zo’n manier dat zijn gemêleerde ploeg zich er unaniem in kan vinden. ‘De raad machtigt de meest bij de gijzelingen betrokken bewindslieden naar bevind van zaken te handelen’, zegt Den Uyl en er volgt een klein klopje.

‘De minister-president zal de koningin adviseren de consultaties naar aanleiding van de verkiezingen met de lijsttrekkers pas na Pinksteren te beginnen. Voor Pinksteren zou de koningin de voorzitters van de beide Kamers der Staten-Generaal en de vicepresident van de Raad van State kunnen horen.’ Weer een klopje met de hamer. Met een blik van ‘iemand nog iets’ kijkt Den Uyl rond. Er komt geen reactie. ‘Aldus besloten’, zegt hij en laat de hamer iets harder neerkomen.

Het is 36 uur nadat de twee gijzelingsacties zijn begonnen. Ze zullen nog achttien dagen duren.

Derde ministerraad; 48 uur na de verkiezingen. 27 mei ’77, 10.05

De ministerraad ervaart de vrijlating van de kinderen als een kentering: het gruwelijkste scenario zal zich niet voordoen

 De gekaapte trein, waar de gijzelaars werden vastgehouden.
De gekaapte trein, waar de gijzelaars werden vastgehouden. © ANP

Het is vrijdag, de verkiezingen zijn twee dagen eerder geweest. De PvdA van Den Uyl incasseert de premierbonus en behaalt de grootste overwinning uit haar bestaan: 53 zetels. In Drenthe is het ultimatum van de kapers voorbijgegaan. Gewelddadig ingrijpen is niet nodig gebleken. Alle 105 kinderen zijn vanochtend vrijgelaten uit de school in Smilde. Ze zijn bijna allemaal tegelijk ziek geworden. Buikloop.

Extra ministerraden zijn niet nodig geweest. Vandaag is de reguliere vergadering, dus in het Catshuis. ‘Gijzelingen bij Onnen en in Smilde’ staat bij agendapunt 18a, onderdeel van punt 18: ‘Bij de voorzitter aangemelde onderwerpen die niet (elders) in de agenda zijn opgenomen.’

Minister Van Agt kan er niet bij zijn om ons te informeren, begint premier Den Uyl het agendapunt. ‘Hij is de hele nacht in touw geweest in verband met de gebeurtenissen rond de school in Bovensmilde.’ Den Uyl is blij, heel blij, dat de kinderen zijn vrijgelaten. Over het hoe en waarom reppen Den Uyl noch andere ministers. ‘Er lijken nu wat meer mogelijkheden aanwezig om te komen tot een afwikkeling van de voortdurende gijzelingen die de levens van de gegijzelden spaart en tevens aanvaardbaar is uit het oogpunt van rechtshandhaving.’

De ministerraad ervaart de vrijlating van de kinderen als een kentering: het gruwelijkste scenario zal zich niet voordoen. De Gaay Fortman vertelt dat de eisen van de gijzelnemers afnemen. ‘Terwijl ook het ultimatieve karakter ervan afneemt.’

Toch zijn er nog steeds risico’s, zegt de minister van Binnenlandse Zaken. ‘Er zitten nog vier overvallers in de lagere school die vier leerkrachten vasthouden en in de trein worden nog vijftig á  zestig mensen gegijzeld.’ Daarom wil hij niet al te nadrukkelijk in de publiciteit gebracht zien dat er hoop is de situatie te beëindigen zonder concessies te doen aan de gijzelnemers.

‘Moeten we iets doen voor de ouders?’, vraagt de minister van Onderwijs, Van Kemenade. ‘Of moeten we, omdat de gijzelingen voortduren, juist terughoudend zijn?’ Dat laatste, vindt Den Uyl. De opvang van de kinderen en hun ouders is immers goed gegaan.

Moeten we ons komend Pinksterweekeinde beschikbaar houden?, wil Pronk weten. ‘Laten we onze regel vasthouden’, reageert Den Uyl, ‘dus waar u ook heen gaat, wees bereikbaar.’ De premier wil de vreugde over de vrijlating van de kinderen enigszins temperen. ‘Ik wil niet verhelen dat bij de verdere afwikkeling ernstige problemen kunnen rijzen’, zegt hij. ‘Er zijn geen tekenen die op een afbrokkeling van de vasthoudendheid van de gijzelnemers wijzen.’ Alleen de directe dreiging van executies is van tafel. ‘Dat kan weer veranderen.’ Dan is het tijd voor het volgende agendapunt – 18b, ‘Tijdelijke verhoging van het minimumloon en de sociale uitkeringen.’

Vierde ministerraad; de spanning neemt toe. 3 juni ’77, 10.20

 De kinderen worden vrijgelaten.
De kinderen worden vrijgelaten. © ANP

‘De toekomst van meer dan 40 duizend Molukkers in ons land staat op het spel’, zegt Den Uyl

Het lijkt herfst als het kabinet een week later bijeenkomt in het Catshuis voor alweer een reguliere ministerraad. Het is bewolkt, het regent soms en het is 13 graden. ‘Buiten datgene dat door de nieuwsmedia over de gijzelingen wordt bericht’, zegt premier Den Uyl, valt er niet veel te melden over de gijzelingen – agendapunt 6 dit keer. Dat vindt hij een probleem. ‘De honger naar nieuws stelt de meest betrokken bewindslieden steeds voor problemen.’ Duizend journalisten houden zich met de gijzelingen bezig, zij moeten allemaal wat te schrijven en te doen hebben. Daardoor bouwt de spanning op, vindt Den Uyl.

Hij maakt zich ook steeds meer zorgen over reacties uit de Nederlandse samenleving tegenover Molukkers zodra de gijzelingen zijn beëindigd. ‘We moeten nu voorbereiden wat we dan gaan doen om de situatie in de hand te houden.’ En daarna moeten we formuleren wat de regering vindt van de toekomst van de Molukse gemeenschap in Nederland.

‘De treinkapers zijn inmiddels akkoord gegaan met de contactpersonen die wij hebben voorgesteld’, meldt minister De Gaay Fortman. Dat is mooi, reageert Den Uyl vermoeid. ‘Maar die overeenstemming is nog geen aanwijzing dat de gijzelingen spoedig afgelopen zullen zijn.’

Er staat een advertentie in de Nieuwe Revu, brengt minister Gruijters in, dat Vietnamezen aanbieden te bemiddelen tussen de gijzelnemers en de Nederlandse regering. ‘Is daar iets over bekend?’ Bedrog, zegt Den Uyl. ‘De relatie tussen vertegenwoordigers van de Molukkers en de Vietnamese ambassade in Parijs berust goeddeels op bedrog.’ Die ambassade is helemaal niet geïnteresseerd in de Molukse zaak.

Lubbers krijgt het woord en zegt zich af te vragen of de tactiek van uitputting en murw maken kan worden volgehouden. Na de vrijlating van de schoolkinderen is een nieuwe fase ingegaan. ‘De mogelijkheid om de gijzelingen zo snel mogelijk te beëindigen door gewapend ingrijpen van de overheid overwegen we voortdurend’, antwoordt de premier.

Namens de ministers die het dichtst bij de gijzelingen betrokken zijn, zegt Den Uyl: ‘De risico’s van een dergelijk ingrijpen zijn met het oog op de gegijzelden te groot. We volgen nog steeds de tactiek om de gijzelingen langs vreedzame weg te beëindigen.’ Hoewel ‘weinig verheffend’, het inschakelen van contactpersonen hoort daar bij. ‘Want een oplossing waarbij ook maar een klein aantal doden valt, zal buitengewoon heftige reacties oproepen.’

Capitulatie
Het doel van zijn strategie is voor de minister-president zonneklaar: einde van de gijzelingen door capitulatie van de overvallers, zonder dat daarbij slachtoffers vallen. ‘Ik denk dat het Nederlandse volk er ook zo over denkt.’ Maar, erkent de premier, hoe langer de gijzelingen duren, hoe kleiner de kans dat ze volgens het ideale scenario eindigen.

‘Kunnen de kapers in de trein en de overvallers in de school eigenlijk met elkaar praten?’, vraagt Lubbers. Nee, zegt Den Uyl. In de trein hebben de kapers wel een radio. Ze kunnen dus alle berichten over de gijzelingen horen. ‘Het vermoeden bestaat’, zegt de premier enigszins voorover gebogen, ‘dat er een zekere verbroedering is tussen de treinkapers en de passagiers, net zoals in ’75 in de trein bij Wijster.’ Dan zit Den Uyl weer rechtop en zegt: ‘Maar hier is geen bewijs voor.’ Het enige wat van die verbroedering zou getuigen, legt hij uit, is dat de kapers niet meer met executies dreigen. ‘En ze zetten ook niet meer gegijzelden met een strop om de hals op de spoorbaan.’

‘Laten we voorbereidingen treffen om de Molukse woonoorden te beschermen zodra de gijzelingen zijn afgelopen’, oppert de minister van Onderwijs, Van Kemenade. Er zijn al enige maatregelen getroffen, zegt Den Uyl. Wij als regering kunnen alleen maar suggesties doen, relativeert De Gaay Fortman: de primaire verantwoordelijkheid voor beschermingsmaatregelen ligt bij provincies en gemeenten. ‘Ik probeer vooral de provinciale en gemeentelijke autoriteiten in Drenthe te begeleiden’, zegt de minister van Binnenlandse Zaken. ‘Het is bekend dat de Nederlandse bevolking in Assen en Smilde geen welwillende houding aanneemt tegenover Molukkers. Elders merkt men daar minder van.’

Dat heeft Onderwijsminister Van Kemenade anders ervaren. Hij hoort dat ouders hun kinderen thuishouden als er Molukse kinderen op school zitten. Overigens hebben Molukkers die in Bovensmilde wonen hulp gevraagd aan het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk om naar elders te kunnen verhuizen.

‘De toekomst van meer dan 40 duizend Molukkers in ons land staat op het spel’, zegt Den Uyl. Ook hij ziet de neiging van Nederlanders om Molukkers te isoleren. Gevoelens van verbittering tegen hen worden steeds sterker. ‘Ik vind dat bijzonder gevaarlijk.’

Een interdepartementale contactgroep houdt zich met het Molukkersbeleid bezig, maar De Gaay Fortman vindt dat die verkeerd is samengesteld. Er zitten te veel politiemensen in, waardoor de contactgroep gespitst is op het nemen van ordemaatregelen. ‘Er moeten meer ambtenaren in, concludeert De Gaay Fortman. ‘En bestuurlijke vraagstukken moeten meer nadruk krijgen.’

De ministers gaan door naar het volgende agendapunt. Niets in de vergadering heeft erop gewezen dat de gijzelingen iets meer dan een week later de gewelddadige ontknoping krijgen die de ministers juist niet wilden.

Vijfde ministerraad; vijftien uur voor de ontknoping. 10 juni ’77, 10.10

Cultuurminister Van Doorn: `Op mijn departement zien we al tijden dat Molukse jongeren flink naar links aan het radicaliseren zijn.¿

 Demonstraties tegen de kapers.
Demonstraties tegen de kapers. © ANP

Het is negentien dagen geleden dat dertien Molukkers de trein bij De Punt en de school in Bovensmilde binnendrongen. Het is een vrijdag, dus een reguliere ministerraad, en de ministers van het demissionaire kabinet-Den Uyl zitten weer de hele dag rond de 3 meter brede, langwerpige vergadertafel die bijna de hele Tuinzaal van het Catshuis vult.

Er staat iets te gebeuren met ‘de gijzelingen bij Onnen en te Smilde’, agendapunt 5 ditmaal. De spanning hangt in de lucht. Uit bijna alle opmerkingen van de bewindslieden blijkt: de beëindiging van de gijzelingsacties door middel van geweld is nabij. Ook de minister-president ziet nauwelijks nog een uitweg. Hij vindt dat de gijzelingen zich ‘zeer zorgwekkend’ ontwikkelen. Er waren twee contactpersonen die met de kapers spraken, maar zij hebben niet voor een doorbraak kunnen zorgen. Tegelijk houden de kapers vast aan hun eisen. ‘Met name voor wat betreft de vrije aftocht. En niets wijst erop dat ze zich zouden willen overgeven.’

Den Uyl moet erkennen dat zijn uitputtingsstrategie niet lijkt te werken. ‘Hoe langer de gijzelingen duren, des te kritischer wordt de psychische situatie van de gegijzelden in de trein en school.’ De minister-president laat een stilte vallen om het besluit dat al bijna drie weken boven dit gezelschap hangt, het juiste gewicht te geven. ‘We staan voor de vraag’, zegt Den Uyl, ‘hoe lang we moeten doorgaan met de uitputtingsslag en wanneer het moment aanbreekt dat tot het gebruik van beheerst geweld moet worden overgegaan.’

Er volgt een denkpauze. Dan vertelt de premier hoe hij het speelveld overziet. Natuurlijk proberen we zo lang mogelijk de pogingen vol te houden om de kapers op andere gedachten te brengen. Maar de ambtenaren die zich rechtstreeks met deze gijzelingen bezighouden, raken langzamerhand uitgeput. Tegelijk zijn er steeds meer zorgen over de relatie tussen de Molukkers en de Nederlanders. Lichtpuntje is dat er niets van Nederlandse agressie te bespeuren is, hoewel het daar kort geleden wel naar uitzag. Toch, peinst Den Uyl: hoe zorgen we voor een leefbare verhouding tussen Molukkers en Nederlanders als de gijzeling is afgelopen? ‘Dat wordt een hele opgave. We moeten snel naar buiten komen met wat wij daarvan vinden.’

De Gaay Fortman kleurt de zorgen van de premier nog wat verder in. In plaats van dat de Nederlandse bevolking agressief zou zijn tegen Zuid-Molukkers, is er volgens de minister van Binnenlandse Zaken een ander beeld ontstaan. ‘In Smilde, Assen en Capelle aan de IJssel is de Nederlandse bevolking nu bang voor de Zuid-Molukkers die daar wonen.’

Aansprakelijk
Minister van Sociale Zaken Boersma snijdt een andere kwestie aan: wie van de regering is aansprakelijk voor het besluit dat we waarschijnlijk binnenkort nemen? Vijf bewindslieden houden zich het meest bezig met de gijzelingen, maar de eindverantwoordelijkheid berust onverkort bij de ministerraad, zegt Boersma. ‘En moeten we geen andere mensen neerzetten in het crisiscentrum? Permanente aanwezigheid van de bewindslieden daar is volgens mij niet noodzakelijk.’ Niet alleen omdat het veel van de betrokken bewindslieden vraagt. ‘Het belemmert ook de kabinetsformatie, en die is van wezenlijk belang voor het bestuur van Nederland in de komende jaren.’

Boersma worstelt. ‘Wanneer is de maat vol? Hoeveel geduld en tact hebben we nog om te proberen een einde te maken aan de gijzelingen?’ We hebben afgesproken dezelfde tactiek te volgen als in 1975 met Wijster en Amsterdam, maar die lijkt niet te werken. ‘Ik heb dat twee weken terug al opgeworpen’, zegt Boersma. ‘Daarmee wil ik niet zeggen dat we ogenblikkelijk moeten overgaan tot harde actie, maar ingrijpen moet tot de mogelijkheden behoren.’

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Pronk heeft een eigen taxatie. Toen eenmaal was gezegd dat geweld wordt gebruikt als de Molukkers de zaak laten escaleren, was er geen weg meer terug: de Molukkers hebben dat niet gedaan, dus ‘moeten we doorgaan met deze uitputtingsslag’.

Daarmee is Westerterp het niet eens. Hij nodigt Pronk uit aan de gegijzelden te denken. ‘Die kunnen na verloop van tijd zo beschadigd raken dat de toestand niet langer kan worden geduld.’ Ook Van Agt is het niet eens met Pronk. We moeten ons wel vele malen bedenken alvorens tot geweld over te gaan. ‘Dat is als alles is geprobeerd om de gijzelingen langs geweldloze weg te beëindigen.’

Pronk vindt ook de minister-president niet aan zijn zijde. Het is wel uitzonderlijk moeilijk, zegt Den Uyl. ‘Als men tot ingrijpen zou overgaan en er onder de kapers doden zouden vallen, zouden die als martelaren in Molukse kringen worden verheerlijkt’, zegt de premier. Denk maar aan Noord-Ierland. ‘Daar vergiftigt een klein aantal desperado’s het publieke leven met bomaanslagen.’

Kabinetsformatie
Van der Stee ziet net als Boersma praktische redenen om bezwaar te maken tegen bewindslieden die zich permanent met de gijzeling bezighouden. ‘Andere werkzaamheden worden belemmerd, terwijl bovendien de kabinetsformatie niet voldoende aandacht kan krijgen.’ Waarom maken we een procureur-generaal niet het hoofd van het crisisteam?

Het valt wel mee met die belasting van ministers, zegt Van Agt. ‘Vijf bewindslieden zijn samen een beperkt aantal uren per dag op het crisiscentrum.’ Van Doorn valt in: ‘De vijf bewindslieden hebben vrij efficiënte afspraken gemaakt over de werkverdeling, maar de gemeenschappelijke besprekingen lopen soms wel lang uit.’

Volgens De Gaay Fortman is er nauwelijks een dag voorbijgegaan waarop een minister geen beslissing moest nemen. De gijzeling is zo’n grote gebeurtenis, er is sprake van zo veel geweld en het heeft zo’n grote politieke lading, dat mag je niet delegeren aan ambtenaren.

Dan neemt de minister-president het woord. ln het crisiscentrum worden bijzondere besluiten genomen, die enorme gevolgen kunnen hebben. ‘Ik hoorde onlangs van de Duitse bondskanselier Schmidt dat ze in München, vooral bij de politie, hetgijzelingsdrama tijdens de Olympische Spelen van 1972 nog niet te boven zijn.’ Geen enkele werkwijze garandeert succes. Toen de Berlijnse CDU-politicus Lorenz in februari 1975 werd ontvoerd, heeft de overheid juist heel zorgvuldig en behoedzaam opgetreden. ‘Alle minister-presidenten van de bondslanden en de fractievoorzitters zijn 36 uur bijeen geweest. Dat heeft ertoe geleid dat negen leden van de Baader-Meinhof-groep zijn vrijgelaten en naar een Arabisch land zijn gegaan. Ook dit besluit heeft tot teleurstelling geleid.’

Nederland, gaat Den Uyl verder, heeft een reputatie opgebouwd met de acht gijzelingen in de laatste vier jaar. Daarbij is steeds voor een zorgvuldige behandeling gekozen en dat moeten we nu ook doen. ‘Zelfs als dat leidt tot een zekere verlamming van bepaalde sectoren van het openbaar bestuur.’ De gevolgen moeten we voor lief nemen, zegt de premier, het draagvlak voor onze manier van besluiten nemen is groot, zowel nationaal als internationaal.

Eisen
‘Zijn de eisen van de kapers eigenlijk veranderd sinds twee weken?’, vraagt Van Kemenade zich af. Nee, reageert Van Agt, die zijn in essentie nog hetzelfde. ‘Nog altijd hebben ze geen politieke eisen gesteld.’

En, denkt Van Kemenade hardop, ligt er niets tussen het psychologisch inwerken op de kapers aan de ene kant en het toepassen van geweld aan de andere?

Lubbers, van Economische Zaken, later als premier bekend om zijn vermogen voor anderen te denken, heeft zich in de hoofden van de kapers verplaatst. ‘Hun keuze is inmiddels beperkt tot het gevangen zitten in de school en trein of het gevangen zitten in een gevangenis.’ Met andere woorden: ‘Die uitputtingsslag zou weleens heel lang kunnen duren.’

Als zo’n uitputtingsslag al de oplossing is, voegt Van Agt toe. ‘De kapers zullen het langer volhouden dan de gijzelaars. Ze zijn jong en krachtig, ze hebben meer bewegingsvrijheid en ze bepalen wie te eten krijgt.’ De vicepremier legt uit dat het moeilijk is informatie over de toestand in de trein te krijgen. ‘Het kan zijn dat binnenkort het tijdstip aanbreekt waarop de gijzelaars psychisch en fysiek instorten.’ Artsen zijn tegen Van Agt somber over de situatie.

Er wordt, zegt de minister van Justitie, energiek gezocht naar manieren om de kapingen zonder geweld op te lossen. En Van Agt voegt er de wat raadselachtige woorden aan toe: ‘We zoeken het met name ook in de medisch-chemische sfeer.’ Daarmee lijkt de minister van Justitie te verwijzen naar de vrijlating van de schoolkinderen twee weken eerder. Die zijn bijna allemaal tegelijk ziek geworden. Oorzaak, bij geruchte: laxeermiddel in het eten.

Toezegging
Dan doet Lubbers voorzichtig een weinig staatsmannelijke suggestie. ‘Misschien moeten we nog eens opnieuw afwegen of we echt gehouden zijn onze toezeggingen na te komen. Misschien moeten we suggereren dat we de kapers een vrije aftocht bieden, zonder dat we dat werkelijk doen.’

Dat gaat Van Agt te ver. ‘Als de regering iets toezegt, moet dat worden nagekomen. Ook vanwege de relatie met eventuele latere kapers en om de verontwaardiging en woede in de Molukse gemeenschap niet groter te laten worden.’ Eigenlijk, filosofeert Van Agt, zijn er geen marges voor toezeggingen. ‘Als we de kapers op een belangrijk punt tegemoet komen, dan laten we zien dat met zo’n gijzeling iets te bereiken is. En als we alleen maar doen alsof we ze tegemoetkomen, dan volgen nieuwe frustraties.’

Lubbers wil alweer voorbij de kaping kijken. Als het straks voorbij is, zegt hij, zullen velen ons vragen waarom niet is geprobeerd te voorkomen dat de Molukkers over zo veel wapens konden beschikken. Dat ze veel wapentuig hebben, was bekend, zegt Van Agt. Die zware wapens komen niet uit België of Duitsland, ‘maar waarschijnlijk uit de wapendepots van Defensie’, onthult Van Agt. ‘De bewaking daarvan, daar maken ik en De Gaay Fortman ons al een tijd ernstige zorgen over. Door gebrek aan personeel en geld ontbreekt voldoende beveiliging.’ Van Agt herinnert zijn collega’s aan de twee succesvolle pogingen van de pers om binnen de omheining te komen waar wapens liggen opgeslagen.

Minister Trip proeft dat het gespreksonderwerp in de ministerraad nu definitief is verschoven van het heden naar de toekomst. Hij vraagt: ‘Hoe is na de kaping de positie van de Molukkers in de Nederlandse samenleving?’

Cultuurminister Van Doorn: ‘Op mijn departement zien we al tijden dat Molukse jongeren flink naar links aan het radicaliseren zijn.’ Per saldo gaat het om een kleine minderheid, maar de meerderheid van de Molukkers heeft zich tijdens de gijzelingen met hen solidair verklaard. ‘Daarom ben ik somber over de mogelijkheden de radicalisering onder de jongeren te stoppen. Wat er concreet na de gijzelingen moet gebeuren, weet ik nog niet. De Molukkers willen zich een maatschappelijk goede behandeling laten welgevallen. Zij willen een groep blijven die ieder moment kan klagen.’

Zelfs als het lukt, zegt Den Uyl, om met geduld en overreding een eind te maken aan de kapingen, dan nog worden we geconfronteerd met de vraag hoe de Molukkers in Nederland moeten voortleven. ‘Het zal niet mogelijk zijn de meer dan 35 duizend Molukkers uit Nederland te verwijderen’, stelt de minister-president. Daarmee moeten we rekening houden.

Dat kan wel zijn allemaal, werpt Pronk tegen, toch is het beeld in de samenleving verkeerd: er zijn maar weinig Nederlanders die de Molukkers en hun problemen echt kennen. De Groningse hoogleraar Baudet behoort tot die weinigen. ‘We zouden naar zijn ideeën moeten luisteren’, vindt Pronk. ‘Dat past ook bij het model om via overleg en uitputting tot een oplossing te komen.’

Per slot, zo stelt de minister van Ontwikkelingssamenwerking, is het nu, anders dan drie weken geleden, onwaarschijnlijker dat er doden vallen in de trein. Pronk pleit voor een nauwgezet onderzoek om van tactiek te veranderen. Het moet mogelijk zijn de middenweg te vinden tussen het gebruiken van geweld en het koesteren van geduld.

Publiciteit
De vergadering is vrijwel afgelopen als minister Boersma weer het woord neemt. Hij vindt dat de bewindslieden die zich met de gijzelingen bezighouden onder de radar moeten. ‘De publiciteit over de aandacht die ze eraan besteden moet drastisch worden ingeperkt’, zegt de minister van Sociale Zaken.

Minister-president Den Uyl kijkt de tafel rond, het teken dat hij zijn finale oordeel gaat vellen. Het is goed, zegt de premier, dat we een open discussie hebben gehad. ‘Het kan zijn dat bij de vijf meest betrokken bewindslieden de horizon wat is verengd.’

Hij rondt af zoals hij begon: ‘De situatie is buitengewoon dreigend. Het moment van beslissen kan zeer nabij gekomen zijn.’ Den Uyl herinnert zijn collega’s eraan dat hijzelf, Van Agt, De Gaay Fortman, Van der Stoel en Van Doorn het besluit zullen nemen, maar dat het hele kabinet verantwoordelijk is. Jaren later zal Van Agt onthullen dat de vijf met drie stemmen tegen twee het groene licht geven voor wat er enkele uren later zou gebeuren. Den Uyl en Van Doorn zijn tegen.

Zesde ministerraad, kort na de ontknoping. 11 juni ’77, 10.00 uur

Het aanvalsplan berustte op een zo snel mogelijk uitschakelen van de kapers in die compartimenten van de trein waar hun aanwezigheid werd vermoed


© ANP

Het is voorbij. Met laag overvliegende Starfighters en schietende mariniers zijn de gegijzelden in de trein na twintig dagen vroeg in de ochtend bevrijd. Twee gegijzelden zijn omgekomen en zes kapers. Tegelijk hebben pantserwagens een einde gemaakt aan de gijzeling van de school in Bovensmilde.

In Den Haag zoeken dertien bewindsmannen weer een plek in de krappe Blauwe Zaal. De zon schijnt, maar warm is het niet. Het is zaterdagochtend 10.00 uur en het enige agendapunt van de ingelaste ministerraad luidt: 1. De gijzelingen bij Onnen en te Smilde.

Als iedereen zit, neemt minister-president Den Uyl het woord. ‘Ik heb de raad in extra vergadering bijeengeroepen nu de gijzelingsacties bij Onnen en te Smilde door gewapend optreden van de overheid zijn beëindigd’, begint hij zijn lange monoloog.

Van Agt en staatssecretaris van Defensie Cees van Lent (KVP) zijn naar het crisiscentrum in Assen vertrokken, vertelt Den Uyl en hij brengt de vergadering van gisteren in herinnering. ‘Toen constateerde de ministerraad al hoe weinig uitzicht er nog maar bestond om de gijzelingsacties langs vreedzame weg te beëindigen.’ Twee Zuid-Molukse contactpersonen hebben donderdag de trein bezocht, op verzoek van de kapers. ‘Dat heeft geen positieve resultaten opgeleverd.’

De twee kregen van de kapers wel een brief mee voor de regering. De minister-president pakt de brief en leest hem voor. Hij bevat niets nieuws. De kapers herhalen hun eis: een vrije aftocht naar het buitenland. Als de Nederlandse regering die eis niet inwilligt ‘zullen de gegijzelden samen met de kapers sterven’.

Den Uyl had hoop op een goede afloop totdat hij gisteren, vrijdag, hoorde wat de leider van de treinkapers, Max Papilaya, om 12.00 uur in een telefoongesprek met het crisiscentrum had gezegd. De kapers zouden niets meer van zich laten horen totdat de regering aan hun eisen zou voldoen. ‘Vanaf dat tijdstip’, verklaart de premier, ‘stond vast dat in redelijkheid geen uitzicht meer bestond op een beëindiging van gijzelingsacties door middel van overreding. De terroristen mochten geen vrije aftocht krijgen.’

De bewindslieden in het crisiscentrum van het ministerie van Justitie hebben geprobeerd ‘een andere dan gewelddadige methode te vinden om de gijzelingsacties te beëindigen’. Tevergeefs. Dat kon ook nauwelijks anders: het contact met de kapers was verbroken.

Vanaf dat moment, legt Den Uyl uit, moest snel tot gewapende actie worden overgegaan. ‘Elk uitstel leverde het gevaar op dat de kapers zouden besluiten zich ’s nachts tussen de gegijzelden in de trein te mengen.’ Dat was nu net de troefkaart die de regering en het leger in handen hadden: ze wisten dat de gegijzelden en de kapers de nacht gescheiden doorbrachten. Die informatie kwam van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, die in houten limonadekratten verwerkte microfoontjes de trein in had weten te krijgen.

Ook was belangrijk dat het leger tegelijk de leerkrachten in de school in Smilde en de gegijzelden in de trein bij De Punt zou proberen te bevrijden. Zowel in de school als in de trein waren radio’s waarop meteen te horen zou zijn als een bevrijdingsactie zou beginnen. ‘De militaire operatie was bij de school betrekkelijk eenvoudig uit te voeren, maar vooral de gewapende actie bij de trein was buitengewoon riskant’, vertrouwt de premier zijn collega’s toe.

Uitschakelen
Wat volgens de minister-president het doel was bij de beëindiging van de treinkaping, staat in deze woorden in de ministerraadnotulen: ‘Het aanvalsplan berustte op een zo snel mogelijk uitschakelen van de kapers in die compartimenten van de trein waar hun aanwezigheid werd vermoed.’

De actie is geheel volgens plan verlopen, zegt Den Uyl. ‘Helaas zijn daarbij ook bij de gegijzelden slachtoffers gevallen.’ Dat er zes treinkapers zijn gedood, daaraan maakt Den Uyl geen woorden vuil. Wel dat hun dood ‘gemakkelijk aanleiding kan vormen tot het uitbreken van nieuwe gewelddadigheden’. Dat leek meteen vanmorgen te gebeuren: gewapende Molukse jongeren uit Smilde, waar net daarvoor de gijzeling van de school was beëindigd, verzamelden zich in een gebouw. ‘Om elke escalatie te vermijden, zijn zij niet aangevallen.’ Om de spanning niet verder te laten oplopen, is een geplande huiszoeking naar wapens in de Molukse wijk in Smilde afgelast.

Den Uyl kijkt vooruit. Hij vraagt zich af hoe de regering de verhouding met de Molukkers in Nederland kan verbeteren. ‘Elke escalatie van het conflict met de Molukkers moet worden vermeden.’ Ook als straks de slachtoffers van de actie van vandaag worden begraven. ‘Er mag bij die begrafenissen geen sfeer van triomf ontstaan over de geslaagde gewelddadige beëindiging van de gijzelingsacties’, zegt Den Uyl.

Den Uyl is uitgesproken. Minister van Binnenlandse Zaken De Gaay Fortman vertelt hoe de politie zich heeft voorbereid op Molukse reacties op het gewelddadige einde van de twee gijzelingen. Duizend politieagenten zaten in kazernes klaar ‘in het geval zich moeilijkheden zouden voordoen op plaatsen waar dat te verwachten valt’.

Al voor de beëindiging van de gijzelingen was er een Molukse bijeenkomst in Assen gepland. Daar hebben zich nu driehonderd Zuid-Molukse jongeren verzameld. De burgemeester van Assen, Jan Masman, houdt de zaak nauwlettend in de gaten, zegt De Gaay Fortman. ‘Het is onbekend of zich daar gewapende jongeren bevinden.’

‘Aan een beleid op middellange termijn met betrekking tot de Zuid-Molukse gemeenschap wordt reeds gewerkt’, deelt minister van Cultuur Van Doorn mede. Een notitie daarover komt eraan. ‘Maar het zal moeilijk zijn de verstoorde verhoudingen tussen Molukkers en Europese Nederlanders te verbeteren.’ Daarom gaat zijn ministerie vandaag voorzichtig proberen contact te leggen ‘met enige Molukkers die hun invloed ten goede zouden kunnen uitoefenen op de Molukse gemeenschap’.

Daarop haakt onderwijsminister Van Kemenade in. Er zijn genoeg scholen in Nederland waar Molukse en Nederlandse kinderen samen onderwijs volgen. Die scholen moeten nadenken ‘over de praktische problemen die daarbij kunnen rijzen’. Van Kemenade wil ook weten hoe de onderwijzers die werden gegijzeld, zullen worden begeleid.

Bewondering
Van Kemenade wil genoteerd hebben dat hij met grote bewondering heeft geluisterd naar de verklaring van Den Uyl over het beëindigen van de gijzelingen, die vanmorgen namens de regering is uitgesproken. Vooral knap vond hij de passage waarin Den Uyl onderstreepte hoe belangrijk het is dat Nederlanders en Zuid-Molukkers goed met elkaar samenleven. Pikant is, zegt Van Kemenade, dat net nu een Indonesische cultuurdelegatie in Nederland op bezoek is. Daaraan is geen publiciteit gegeven.

Waarschijnlijk, is de tip van minister Lubbers, hebben de familieleden van de omgekomen gijzelaars behoefte aan contact met ex-gegijzelden. Dan kunnen ze horen hoe de situatie in de trein was gedurende de gijzeling.

Minister van Verkeer en Waterstaat Westerterp krijgt de beurt om wat te zeggen. Hij is opgelucht, zegt hij, statistisch gezien is het aantal slachtoffers zeer beperkt gebleven. Er was geen andere uitweg meer, weet Westerterp: als de gijzelingen nog langer hadden geduurd, zouden de gegijzelden ernstige lichamelijke en psychische schade hebben geleden.

Voor minister Trip van Wetenschapsbeleid is duidelijk dat de meest bij de gijzelingen betrokken bewindslieden steeds hebben gestreefd naar een vreedzame beëindiging van de gijzelingen. Maar het monopolie van geweld in de samenleving berust bij de overheid en die overheid heeft dus soms de plicht om geweld te gebruiken.

Den Uyl herneemt het woord en zegt de laatste drie weken onder de indruk te zijn geraakt van de ‘nuchtere, rustige en gewetensvolle wijze waarop politie en mariniers de gijzelingen hebben benaderd’. De premier vindt dat ze zich steeds ‘uiterst terughoudend’ hebben opgesteld als het ging om het gebruik van geweld. ‘Daarmee hebben zij blijk gegeven over de juiste mentaliteit te beschikken om de gijzelingen gewapenderhand te beëindigen.’

Ook de regeling die is getroffen met radio- en televisieomroepen om ‘de nodige terughoudendheid te betrachten bij de berichtgeving over de gijzelingen’ heeft goed gewerkt. Op de Duitse en Belgische tv zijn wel beelden te zien geweest, die de Nederlandse omroepen niet wilden uitzenden.

Hoe gaan we de Tweede Kamer inlichten over het verloop van de gijzelingen, vraagt minister van Sociale Zaken Boersma: schriftelijk of met het afleggen van een regeringsverklaring in de Kamer. Dat laatste, zegt Den Uyl. ‘Ik vertrouw erop dat het regeringsbeleid door de overgrote meerderheid van de Kamer zal worden gesteund.’

Niet praten
Wat we in ieder geval niet gaan doen, voegt de premier toe, is praten met Zuid-Molukse leiders. Dat hebben we na de gijzelingen van Wijster en Amsterdam in ’75 wel gedaan en dat is de premier slecht bevallen, zegt hij. Laten we proberen het overleg met Zuid-Molukse vertegenwoordigers via een commissie te laten verlopen. Het moet dan vooral gaan over hoe we acties zoals treinkapingen en het gijzelen van schoolkinderen voortaan kunnen voorkomen. Daarbij blijkt de minister-president geen praatsessies voor ogen te hebben, maar huiszoekingen bij Molukkers, politietoezicht, het einde van de Zuid-Molukse ordediensten en het uitbannen van illegaal wapenbezit in Molukse kring. Van Agt moet dit alles gaan coördineren.

De gijzelingsacties zijn voorbij. De ministers hebben gesproken over de toekomst. Er resten de ministerraad nog wat praktische zaken. In ieder geval kan het crisiscentrum op Justitie worden gesloten. En hoe reageren we op het verzoek van de commissaris van de koningin in Utrecht, Koos Verdam, dat we het land oproepen dit weekend geen feesten te organiseren? Daarvoor moeten wij geen richtlijn geven, dat moeten ze ter plaatse besluiten, zegt Den Uyl.

Het is goed dat bij de begeleiding van de ex-gegijzelden de nadruk wordt gelegd op de psychiatrische aspecten, vindt de premier. ‘Dat hebben de gijzelingen in Wijster en Amsterdam ons geleerd.’ Psychische schade, zo lijkt de premier hardop te denken, kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het geluid van de laag overvliegende straaljagers en het bij de aanval gebruikte vuurwerk. ‘Dat was bedoeld om de kapers te intimideren.’ De leider van de actie vond dat noodzakelijk, zegt Den Uyl.

Hij lijkt zich bijna voor de bevrijdingsactie te verontschuldigen voordat hij de laatste ingelaste vergadering erover afhamert.

 De trein, na de fatale beschieting.
De trein, na de fatale beschieting. © ANP

Zevende ministerraad, een nederlaag voor Den Uyl. 24 juni ’77, 10.15

`Zo min mogelijk publiciteit’. het zijn de laatste woorden die aan de bijna drie weken durende gijzelingsacties worden gewijd in de ministerraadsnotulen

 De leden van het kabinet staan de pers te woord.
De leden van het kabinet staan de pers te woord. © ANP

Het is bijna twee weken geleden dat de gijzeling en de kaping zijn beëindigd. Het is voor het demissionaire kabinet weer business as usual. Het is rustig: de verkiezingen zijn geweest, de formatie – die de langste zou worden in de Nederlandse parlementaire geschiedenis – duurt voort en er is geen gebeurtenis meer die het hele land in de greep houdt.

In de agenda van de ministerraad is punt 13c opgenomen: ‘Het verlenen van onderscheidingen naar aanleiding van de beëindiging van de gijzelingen bij Onnen en te Smilde.’

Dat lijkt minister Van Agt een goed idee. Hij heeft dit punt op de agenda laten zetten. ‘Er zijn steeds onderscheidingen uitgereikt na afloop van gijzelingen’, zegt hij. De grond waarop was ook steeds hetzelfde: het zich begeven in ernstig levensgevaar.

Maar, zegt Van Agt, het einde van de treinkaping bij De Punt ging anders. Er zijn doden gevallen. ‘Er bestaat dus enige schroom om decoraties te verlenen.’ Die schroom is onterecht, zegt Van Agt er meteen achteraan. Hij keert de zaak om: als er deze keer géén onderscheidingen worden uitgereikt, wekken we de suggestie dat degene die de aanval hebben uitgevoerd, schuldig zijn aan de doden die zijn gevallen. In Van Agts woorden: ‘Ze worden geblameerd.’

Die mannen en vrouwen hebben hun opdracht met grote discipline en dapperheid uitgevoerd. ‘Zowel in binnen- als buitenland bestaat daar grote bewondering voor.’ Bovendien: vergeleken met degenen die wel gedecoreerd zijn voor het beëindigen van de eerdere gijzelingen, hebben de mensen die de aanval in Smilde en vooral bij De Punt hebben uitgevoerd ‘zich aan nog groter levensgevaar moeten blootstellen’. Geen decoraties nu zou daarom als onrechtvaardig worden ervaren. Ook de ingeschakelde psychiater, doctor Mulder, moet trouwens een medaille krijgen.

Waarom zegt Van Agt er niet bij, maar hij wil aan de uitreiking zo min mogelijk publiciteit geven. Uit het verloop van de verdere besprekingen blijkt dat dit is omdat er twee dodelijke slachtoffers zijn gevallen onder de gegijzelden. Dat sluit voor de ministers elke publiciteit voor medailles uit.

De ministers Van der Stee en Pronk vallen Van Agt bij, hoewel de laatste beseft dat de uitreiking ‘voor kritiek vatbaar is’.

Dwars
Den Uyl ligt dwars. Niet omdat er doden zijn gevallen, maar omdat hij vindt dat het geen automatisme mag worden: gijzeling afgelopen, decoraties uitgereikt. Daar komt bij dat het er veel zijn deze keer: het aantal mensen dat zich aan direct levensgevaar heeft blootgesteld is ongeveer zestig. ‘Kun je bij zo’n groep nog een onderscheid in decoraties maken?’

‘Het zou me niet verbazen als de betrokkenen het respecteren en aanvaarden als ze geen onderscheiding krijgen’, is de taxatie van de minister-president. Bovendien moeten we ook rekening houden met de emoties van de Zuid-Molukkers.

Nou, zegt minister van Defensie Stemerdink, ik was laatst bij de mariniers en die rekenen op decoraties. ‘Er valt niet aan te ontkomen.’ Als levensgevaar het criterium is, zullen het er enige tientallen zijn, schat de minister. Beter dan een orde van Oranje-Nassau is wellicht een nieuw in te stellen ‘ereteken voor moedig beleid’.

Daar heeft minister van Onderwijs, Van Kemenade, ook wat kandidaten voor: de gegijzelde onderwijzers van de school in Smilde ‘vanwege de prestatie die zij hebben geleverd bij de opvang van de gegijzelde kinderen’. En misschien moet de Molukse onderwijzeres die voedsel bij de school afleverde ook een medaille krijgen.

Geen medailles uitreiken zou een ‘uiterst merkwaardige indruk geven’, zegt De Gaay Fortman. Die denkt meteen praktisch door. Een dapperheidsmedaille zoals Stemerdink voorstelt, kost de Rijks Munt maanden om te maken. Het grootste bezwaar zou zijn dat de regering met een nieuwe onderscheiding de indruk wekt dat die speciaal in het leven is geroepen voor de beëindiging van de twee gijzelingsacties.

Het is tijd voor Den Uyl om een klapje met de hamer te geven ten teken dat er wat is besloten in de ministerraad.

Tijdens de gijzelingsacties deed Den Uyl alles goed, zijn ministers bleven hem complimenteren. Nu de acties voorbij zijn, de verkiezingen zijn geweest en de onderhandelingen over zijn tweede kabinet in volle gang zijn, leidt de minister-president zowaar een flinke nederlaag. Al zijn ministers zijn tegen hem. Er zullen onderscheidingen worden uitgereikt. En als die medailles worden uitgereikt, zal daar zo min mogelijk publiciteit aan worden gegeven.

‘Zo min mogelijk publiciteit’ – het zijn de laatste woorden die aan de bijna drie weken durende gijzelingsacties worden gewijd in de ministerraadsnotulen.

Volgende agendapunt, 13d: Benoeming voorzitter WRR.

Bron: Volkskrant

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s