Archiefonderzoek treinkaping De Punt aangeboden aan Tweede Kamer

Archiefonderzoek treinkaping De Punt aangeboden aan Tweede Kamer

In het archiefonderzoek naar de beëindiging van de treinkaping bij De Punt in 1977 zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen waaruit blijkt dat het besluit tot ingrijpen destijds onzorgvuldig, onvolledig of onjuist is geweest. Het optreden berustte op een toereikende wettelijke grondslag. Het bevoegd gezag en de politieke ambtsdragers waren zich ten volle bewust van de details van het bevrijdingsplan en de risico’s voor de gegijzelden, de mariniers en de gijzelnemers. Het doel van het plan was de bevrijding en bescherming van de gegijzelde passagiers in de trein. De consequentie dat waarschijnlijk alle gijzelnemers zouden omkomen, werd aanvaard. Het uitgeoefende geweld door de precisieschutters en de mariniers viel binnen de grenzen van de geweldtoepassing die door het bevoegd gezag was voorzien en aanvaard.

Dat staat in het verslag van het archiefonderzoek naar de beëindiging van de gijzeling bij De Punt en de daarmee samenhangende gijzeling van een lagere school in Bovensmilde. Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie en minister Hennis van Defensie hebben het verslag vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd. De actie om de gegijzelden in de trein te bevrijden, kostte het leven aan zes gijzelnemers en twee gegijzelden. 49 gegijzelden werden bevrijd. Drie gijzelnemers werden aangehouden. Zes gegijzelden, twee mariniers en een gijzelnemer raakten gewond. In het verslag gaat het kabinet voor het eerst uitgebreid in op de operationele aspecten van de beëindiging van de gijzelingen. Het schetst een samenhangend beeld van de gebeurtenissen bij de beëindiging van de gijzeling en de context waarin deze gebeurtenissen moeten worden geplaatst. Voor het onderzoek zijn de archieven van alle betrokken diensten geraadpleegd.

Het onderzoek beschrijft de complexe afwegingen die de ministers 37 jaar geleden moesten maken. Om geweld te vermijden, was het beleid van het kabinet aanvankelijk gericht op het ‘murw’ maken van de gijzelnemers. Gedurende de gijzeling – die in totaal 20 dagen duurde – maakte het kabinet zich in toenemende mate zorgen over de gezondheid van de gegijzelden. Ook was er in de laatste dagen van de gijzeling volgens het kabinet sprake van een verharding in de opstelling van de gijzelnemers. Uit het onderzoek blijkt dat alle aspecten van het uiteindelijke bevrijdingsplan zorgvuldig zijn afgewogen. Alternatieven om de gijzeling op een minder gewelddadige wijze te beëindigen, zijn door het kabinet onbruikbaar bevonden. Het onderzoek heeft geen nieuwe informatie aan het licht gebracht die niet toen al bij de besluitvormers bekend was en door hen is meegewogen.

In het onderzoeksverslag staat een gedetailleerde reconstructie van de bevrijdingsactie. Uit observaties en verklaringen van vrijgelaten passagiers was duidelijk geworden dat de gegijzelden en gijzelnemers zich in verschillende delen van de trein ophielden. In de vroege ochtend van 11 juni 1977 openen de precisieschutters het vuur op de compartimenten van de trein waarin de gijzelnemers zich bevinden. De intensieve beschieting in combinatie met laag overvliegende straaljagers moet voorkomen dat zij zich onder de gegijzelden mengen. Ook biedt de beschieting dekking aan de mariniers die door het open terrein de trein naderen. Nadat het vuren door de precisieschutters is gestopt, dringen de mariniers via vijf portalen de trein binnen. De mariniers hebben de instructie dat ze niet mogen vuren op gijzelnemers die zich duidelijk waarneembaar overgeven. Binnen drie minuten bevrijden de mariniers de passagiers en wordt de trein veilig gesteld.

Bij de bevrijdingsactie komen twee gegijzelde passagiers om het leven. Eén passagier slaapt die nacht op een plek waar eerder een gijzelnemer de wacht hield. Zij wordt dodelijk getroffen door het vuur van de precisieschutters. De andere passagier komt om door vuur van de mariniers tijdens de schotenwisseling tussen de mariniers en een gijzelnemer. Uit nieuw onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut blijkt dat drie gijzelnemers het meest waarschijnlijk zijn gedood door het vuur van de precisieschutters. Van één gijzelnemer staat vast dat zij dodelijk werd getroffen door het vuur van de mariniers in de trein. Een andere gijzelnemer werd dodelijk getroffen door een projectiel dat kan zijn afgevuurd door de precisieschutters of door de mariniers van binnen of van buiten de trein. Van één gijzelnemer kan niet worden vastgesteld of hij dodelijk getroffen werd door het vuur van de precisieschutters of door het vuur van de mariniers in de trein. Voor de gijzelnemers die zijn gedood geldt dat het toegepaste geweld rechtstreeks voortvloeide uit de opdracht aan de precisieschutters om op aangewezen delen van de trein te schieten en de opdracht aan de mariniers om de gegijzelden te bevrijden. Voor de omgekomen gijzelnemers zijn geen aanwijzingen gevonden dat zij zich duidelijk waarneembaar hebben overgegeven. Twee gijzelnemers gaven zich over en één gijzelnemer werd na een schotenwisseling overmeesterd.

Het verslag beschrijft de politieke verantwoording die is afgelegd in 1977. Het archiefonderzoek bevestigt op vrijwel alle punten hetgeen het kabinet in 1977 in de Tweede Kamer heeft verklaard en in het kabinetsverslag heeft geschreven. Eén mededeling komt niet overeen met de bevindingen van het onderzoek. Dit is de mededeling dat er in de trein niet is geschoten op gijzelnemers die zich niet met een vuurwapen verzetten. Bij de gijzelnemers in de kop van de trein zijn wel wapens aangetroffen, maar er zijn geen aanwijzingen gevonden dat zij zich daarmee hebben verzet. Bij de vrouwelijke gijzelnemer op wie is geschoten is naderhand geen wapen aangetroffen.

In het archiefonderzoek wordt ook nader ingegaan op een interne nota van het ministerie van Justitie van 1 maart 1978 over de sectierapporten van de overleden gijzelnemers. In 2013 werd in de media bericht dat die nota zou vermelden dat de gijzelnemers door 144 kogels zijn getroffen. De nota heeft echter geen betrekking op het aantal kogels maar op het aantal uitwendige verwondingen. Volgens het NFI is het niet mogelijk om uit de autopsierapporten af te leiden door hoeveel kogels de gijzelnemers zijn getroffen.

Lees HIER de aanbiedingsbrief rapport beëindiging treinkaping De Punt en HIER leest u een verslag van het archiefonderzoek van de gijzeling bij DE Punt in 1977.

3 gedachtes over “Archiefonderzoek treinkaping De Punt aangeboden aan Tweede Kamer

  1. 23 mei 1977 zonsopkomst 05:34 uur, moment van bestorming van de trein 09:00 uur.

    De heer Ivo van Opstelten durft te praten over “schemering” op het moment van de aanval (slachting) van de mariniers.

    Sorry oude leugenaar, drie.en.een.half.uur NA zonsopkomst is (was) het niet schemerig meer.
    De mariniers konden duidelijk zien waar ze op schoten.

  2. Ik heb een ernstige fout gemaakt in bovenstaand bericht en heb de datum van het begin van de kaping verwisseld met die van de beëindiging. De aanval van de mariniers begon om 04:45, 35 minuten VOOR zonsopkomst. het was toen wel schemerig.
    Mijn excuus voor deze grove fout. en beide berichten kunnen weg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s