Schattenberg

1951 Aankomst

In 1951 kreeg kamp Westerbork zijn volgende functie: woonoord voor enkele duizenden Molukkers. Van generatie op generatie deden Molukse mannen dienst bij het KNIL (Koninklijk Nederlands Indisch Leger). Ze waren trouw aan het koloniale gezag en de koningin. Zo vochten zij aan de kant van Nederland in de Tweede Wereldoorlog en daarna tegen de Indonesische nationalisten. Toen de republiek Indonesië in 1949 onafhankelijk werd, volgde ontbinding van het KNIL. Maar vanwege de toen uitgebroken onafhankelijkheidsstrijd op de Molukken was voor de militairen van Molukse afkomst demobilisatie op Ambon onmogelijk. Besloten werd om hen met de gezinsleden naar Nederland over te brengen voor een tijdelijke huisvesting.

Ruim 12.000 Molukkers vertrokken naar Nederland. In februari 1951 werd de eerste groep Molukse militairen met vrouwen en kinderen op de Kota Inten ingescheept. Nederland was voor hen een onbekend land dat ze alleen kenden uit boekjes die ze op de Hollandse school hadden gelezen of van de liedjes die ze hadden geleerd. De toen tienjarige Sam Saptenno was één van de vele kinderen die naar Nederland kwam.

‘Ik had nog nooit op zo’n groot schip gezeten. Dat was voor mij natuurlijk een enorme ervaring. In de toiletten zaten closetrollen en dat kenden we niet. Achter aan boord rolden we ze dan uit en bij die schroeven zag je de slag van het water en dan lieten we ze los. Schitterend! Ook ging ik steeds bij de boeg staan om naar de dolfijnen te kijken.’

Gemeenschap

Bij aankomst in Nederland kregen de Molukkers te horen dat ze uit het leger waren ontslagen. Voor hen zat er niets anders op dan te wachten op terugkeer. Vooral in het begin werd nog vastgehouden aan de militaire tradities: het rondlopen in uniform, het dagelijks appèl en het handhaven van de hiërarchie in rangen. Frustratie en verveling sloegen echter al snel toe, ook al omdat de mannen geen betaald werk mochten verrichten. Zij zaten overdag thuis, hielpen bij de opvoeding van het gezin of hingen in de kantine. Cursussen georganiseerd door het CAZ (Commissariaat Ambonezenzorg) en het illegaal werken bij boeren in de omgeving zorgde voor wat afleiding en extra inkomsten. Pas na de invoering van de zelfzorg in 1956 kregen steeds meer mannen een vaste baan. Ze waren dan vaak de hele dag of nacht van huis.

De vrouwen waren gewend de mannen te volgen en zich aan te passen aan elke nieuwe situatie. Zij wisten al snel hun draai te vinden. Het huishouden, het wassen en het opvoeden van de kinderen waren bezigheden die zorgden voor een gevulde dag. In hun vrije tijd kregen de vrouwen de kans cursussen te volgen. Met de invoering van de zelfzorg werd ook het zelf koken een dagelijks ritueel.

Voor de kinderen was woonoord Schattenberg een ideale en veilige omgeving. Het dagelijkse leven bestond voor hen uit naar school gaan en spelen. De lagere school bevond zich in het woonoord. Voor hoger onderwijs waren de kinderen aangewezen op scholen in Beilen en Assen. Een bus van Harmani zorgde voor het vervoer. Het woonoord telde tal van speelplaatsen en natuurlijk bood de directe omgeving volop mogelijkheden tot kindervertier. De spelletjes die werden gedaan waren een voortzetting van die uit het land van herkomst.

Binnen het gezin was de opvoeding streng en was er een duidelijk rolpatroon aanwezig. In de praktijk hield dat in het begin in dat de zonen en de vaders het warm water en het eten ophaalden en de meisjes assisteerden bij het huishouden. In de eerste jaren wisten de vaders vaak geen raad met hun nieuwe rol. Het afreageren van de frustraties leidde vaak tot ruzies.

Buitenwereld

Woonoord Schattenberg lag vrij geïsoleerd. Het was een woongemeenschap op zich waar weinig contact met de buitenwereld was. De bewoners werden door het Nederlandse CAZ (Commissariaat voor Ambonezenzorg) van de wieg tot het graf verzorgd. Er was een school, een ziekenhuis, een schouwburg, een bioscoop en een badhuis. Handelaren kwamen hun koopwaar aanbieden of openden na de invoering van de zelfzorg een winkel in het woonoord.

Verschillende functies in het woonoord werden uitgevoerd door niet-Molukkers. Onderwijzers, technici, verpleegsters en leidinggevenden waren Nederlanders. Voor hen was de Molukse cultuur veelal een onbekende. Omdat deze mensen vaak meerdere jaren in de woongemeenschap werkzaam waren, leerden ze deze echter wel kennen. Dit werd mede bevorderd door de traditionele gastvrijheid en vriendelijkheid van de bewoners. Voor de meeste van deze niet-Molukkers is het een onvergetelijke ervaring geweest, waar met een warm gevoel en vaak heimwee aan wordt teruggedacht.

In de beginperiode bleven de contacten met de wereld buiten het woonoord beperkt tot boodschappen doen in Assen, opname en bezoek in een ziekenhuis of sanatorium of schoolreisjes. Alleen de kinderen die het voortgezet onderwijs bezochten kwamen veel in aanraking met de Nederlandse cultuur. Dit kon soms tot botsingen en meningsverschillen thuis leiden.

Pas na de invoering van de zelfzorg namen de contacten toe. De meeste mannen kregen een baan buiten het woonoord. Toen het duidelijk werd dat een tijdelijk verblijf een illusie was, werden Molukse kinderen in de tweede helft van de jaren vijftig tijdens de grote vakantie naar  gastgezinnen gestuurd om te wennen aan de Nederlandse leefgewoonten.

Vertrek en opheffing woonoord

Verhuizingen vonden binnen het woonoord en naar elders plaats. De brand van 1958, waarbij 3 barakken volledig in vlammen opgingen en een vierde onbewoonbaar werd, had ingrijpende gevolgen. Vele gezinnen moesten het woonoord verlaten. Het zou het begin van een grotere uittocht worden. Voor de Nederlandse overheid was het toen al duidelijk dat terugkeer naar de Molukken een illusie was en dat de Molukkers binnen de Nederlandse samenleving moesten integreren.  Hoewel de belofte werd gedaan dat de bewoners in Schattenberg zouden mogen blijven – en er zelfs nieuwe barakken zouden komen – besloot de overheid eind jaren vijftig het woonoord op termijn op te heffen. Ondanks verzet moesten de bewoners zich uiteindelijk bij de nieuwe situatie neerleggen, soms ook in het besef van de voordelen van betere behuizing en schoolmogelijkheden voor de kinderen.

In 1964 en het jaar daarop vestigde het grootste gedeelte van de gemeenschap zich in een speciaal gebouwde woonwijk in Assen. De laatste bewoners zouden – onder dwang – begin 1971 het woonoord worden uitgezet en naar Bovensmilde verhuizen. Kort daarop werden de laatste barakken gesloopt en was er van woonoord Schattenberg/kamp Westerbork nauwelijks iets zichtbaars meer over.

Bron: Kamp Westerbork

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s