Gemis

Begin dit jaar verloor een beste vriend van me zijn moeder. Hoewel we er al jaren rekening mee hielden, was het overlijden van zijn moeder toch een klap in zijn gezicht. Ook wij waren geschrokken. Dit hadden wij niet verwacht. Zijn moeder was een rustige, liefhebbende vrouw die, na de geboorte van zijn zusje, te kampen kreeg met gezondheidsproblemen. Wij groeiden op met de ervaring dat zijn moeder ziek was, maar na elke tegenslag kwam zij er weer bovenop. Het was een soort “gewoonte” geworden. Toen we vernamen dat ze weer een terugslag had gekregen, was mijn gedachte dan ook dat ze dit weer zou overleven. De schok was dan ook niet te bevatten, toen ik het slechte nieuws te horen kreeg. In die nare periode kwam de kracht van onze vriendengroep weer naar boven. Hoewel we allemaal een eigen leven leiden met onze eigen verantwoordelijkheden en inmiddels verhuisd waren naar diverse steden, in die periode stonden we voor onze vriend klaar. De troostdienst, hoe triest ook, stonden wij zij aan zij om hem te ondersteunen. Afgelopen Moederdag stuurde ik hem een app berichtje: “Vandaag ben ik met mijn gedachten bij jou. Keep ya head up bro.” Hij stuurde terug: “Thanks kawan. Dat waardeer ik zeer.”

Mijn ouders

Vandaag zag ik mijn ouders weer. Hoewel ik ze een maand niet had gezien en nauwelijks had gesproken, bleef ik ze zijdelings volgen via social media. Ik stond er zonet even bij stil. Ik heb mijn ouders nog. Ik ben nu op een leeftijd beland dat het niet vanzelfsprekend is, dat mijn beide ouders nog in leven zijn. Ik heb in mijn vriendengroep 3 vrienden, waarvan de vader of moeder al reeds is overleden. Zij hebben niet meer de kans om met hun te praten. Zij kunnen niet meer tegen hun vader of moeder zeggen dat zij hun missen. Zij kunnen niet meer bij hen terecht voor advies of voor troost. Zij zijn overleden en komen niet meer terug. Dat gemis is blijvend. Ik miste mijn ouders en ik het enige wat ik ervoor hoefde te doen om hen weer te zien, was naar Assen gaan. Hoewel ik het niet uitsprak en ook waarschijnlijk niet liet merken, was ik wel blij om ze te zien. En het gevoel was wederzijds, dat weet ik zeker.

Acacius

Ik voel me gezegend. Gezegend met het feit dat ik mijn ouders nog heb, dat mijn oma van 88 jaar nog leeft en dat iedereen die ik liefheb in goede gezondheid verkeert. Ook dat is niet vanzelfsprekend. Ik ben inmiddels 37 jaar. De afgelopen jaren heb ik meegemaakt dat jongens van mijn leeftijd kwamen te overlijden. Ook zij die jonger dan mij waren. Van al die jongens die er niet meer zijn, is er één jongen waar ik regelmatig nog aan terugdenk. Dat is Acacius Hendrik. Een moeilijke jongen, maar met zijn hart op de juiste plek. Hij kwam uit Oosterwolde, maar omdat zijn oma tegenover mijn opa en oma woonde, kwam hij met regelmaat bij ons in de Molukse wijk in Assen. In het begin vond ik hem een aparte jongen. Een lefgozertje met een grote mond. “Dia fikir dia siapa”, wat betekent: “Wie denkt hij wel niet wie hij is?”

Hij viel niet alleen op bij mijn leeftijdsgenoten, zijn gedrag viel ook op bij mijn opa. “Emerson, siapa pun anak tu, jang bediri di situ?” Vanuit de keuken zag ik mijn opa naar buiten staren. Ik liep naar mijn opa, toen hij naar Acacius wees. “Oh opa. Itu Acacius Hendrik. Cucu dari oma Hendrik.” Omdat Acacius zich stoer gedroeg ten opzichte van mijn leeftijdsgenoten, wist ik dat ik mijn opa gerust moest stellen. “Opa, Acacius paleng baik”, dat betekent: “Opa, Acacius is een goede jongen.” Opa was niet meer ongerust. Hoewel Acacius uit Oosterwolde kwam en wij Molukkers uit Assen het niet zo nauw hadden met Molukkers uit Oosterwolde, werd Acacius al gauw “één van ons”. Hij bleek ook nog eens familie te zijn van een beste vriend van me, Filip Singadji. Acacius sliep in de zomermaanden altijd bij zijn oma. Als ik dan bij mijn opa in de woonkamer zat en hij zag mij zitten, dan gebaarde hij altijd dat ik naar buiten moest komen. Op een gegeven moment wist mijn opa voldoende. “Opa, aku pi bermain di luar doloh eh” / “Opa, ik ga even buiten spelen okay?” Opa knikte en zei vervolgens: “Cucu dari oma Hendrik su tungguh kue di luar” / “Kleinkind van oma Hendrik wacht op jou buiten.”

 

Twee jaar geleden bereikte het mij trieste nieuws dat Acacius plotseling was overleden. Hij was maar 34 jaar. Hij liet een vrouw en twee hele jonge kinderen achter. Zij oudste dochter is een maand jonger dan mijn dochter. Hij was een trotse vader die regelmatig foto’s van zijn kinderen op Facebook postte. Hij had eindelijk het geluk gevonden waar hij op hoopte en ik was oprecht blij voor hem. Wij hadden goede gesprekken over het “vader worden” en het “vader zijn.” Vooral vanwege het feit dat onze dochters maar één maand van elkaar schelen. Zijn kinderen moeten zonder hem opgroeien. Ook het gemis van hun naar hun vader toe is blijvend. Zo nu en dan zie ik foto’s voorbijkomen van zijn vrouw en kinderen, waar zij zijn graf bezoeken. Dat doet me goed. Hij blijft voortleven in zijn kinderen. En dat is met name te danken aan zijn vrouw Barbara. Een goede vrouw die ik nauwelijks ken, maar waar ik onwijs veel respect voor heb. Zij zorgde ervoor dat Acacius zich op een positieve manier had ontwikkeld. Door haar groeide hij als persoon en veranderde hij van een rebelse jongen, naar een liefhebbende vader.

Hey papa!

Toen ik vandaag bij mijn ouders was, werd ik gebeld. Ik zag in het scherm dat het mijn ex was. Ik nam op, maar tot mijn verbazing hoorde ik aan de andere kant van de lijn een kinderstem zeggen: “Hey papa! Ik bel nu even met de telefoon van mama. Ik mis jou.” Dat deed me goed. Ik ben een vader en mijn kind mist mij, zoals ik mijn ouders heb gemist.

2 gedachtes over “Gemis

  1. Ik ben blij dat ik geabonneerd ben op jouw stikken. Ik lees het met oprechte blijdschap, jij verwoord de dingen die ik ook voel feilloos.
    Chapeau!!

  2. Mooie blog en ietwat merkwaardig haast typisch Moluks m.a.w. herkenbaar. Namelijk dat het schrijven je goed afgaat, maar verbaal kennelijk minder. Je dochter laat het merken ze mist jou en belt je op. Je kunt veel leren van je kinderen dat heb ik ook mogen meemaken. Vanuit een filosofie dat zielen jou kiezen. Ik ging er vanuit dat de kinderen mij kozen als ouder omdat ik ze het een en ander kan bieden. Later maakte ik ervan dat ze mij kozen omdat zij mij iets kunnen bieden. Herhaaldelijk laten zij mij zien hoe het ook kan terwijl ik in mijn gedrag steeds hetzelfde op de manier die ik ken…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s