Feestweek Bovensmilde

Linda Sekewael

Door: Linda Sekewael

Het was de zomer van 1977. Het jaar van de treinkaping bij ‘De Punt’.
De wijk Bovensmilde had een enorme klap te verwerken. Zes jongeren waren omgekomen bij de aanval op de trein en één jongen raakte zwaar gewond. Gewone jongens die je met regelmaat zag bij welk wijkgebeuren dan ook. Plotseling waren ze er niet meer.

De wijk rouwde. Moeders weenden en vaders zwegen. Een gevoel van verlorenheid, verslagenheid en machteloosheid. De wijk was zich aan het herstellen van de pijn en het intense verdriet. De sfeer tussen de Molukse en de Nederlandse bevolking in Bovensmilde was gespannen. Die week ging er een brief uit van de wijkraad met het advies om je niet buiten de wijk te begeven. De feestweek aan de ‘overkant’ (de Nederlandse woonwijk) was in volle gang. Versierde straten en feestverlichting in de avond. In de verte hoorde je muziek. Er was een feesttent op het terrein van de plaatselijke voetbalclub.

Met zijn vieren liepen ze de wijk uit. Bijna dagelijks troffen ze elkaar op het veldje naast de speeltuin. Ze vonden troost bij elkaar om het verdriet te verwerken. Het leven leek niet meer vanzelfsprekend en zorgeloos zoals het toen was. Ze werden bewuster van de geschiedenis van hun ouders en de nasleep ervan. Het was alsof deze verschrikkelijke gebeurtenis hun jonge geesten wakker schudde en hen dwong om na te denken over wie zij waren en over hun plek in de samenleving. De wijk was een veilig thuishaven. Wat maakte dan dat ze de brief van de wijkraad negeerden?

Er was die dag een trouwerij in de wijk. Het jeugdlokaal was ook mooi versierd. Auto’s stonden half geparkeerd op de stoep. Een grote reisbus stond stil voor de kerk bij de Magnoliastraat. Families, vrienden en bekenden van de bruid stapten uit de bus. De feeststemming zat er zeker in. Vanuit de verte zagen ze dat de zaal vol liep. ‘Lebih baik katong djangan djalan2 di belanda punja wijk’ (We kunnen beter niet naar de Nederlandse woonwijk gaan), zei Loekie. ‘Itu kan surat kilat’ .(Het was een spoedbrief )
Aahhh, djalan sepotong kan seng apa apa…tjuma lihat sadja, djalan sampai di HP Sikkenstraat, dan kembali lai ’, (Ach, een klein stukje wandelen kan toch geen kwaad! Laten we tot het begin van de Sikkenstraat gaan, even een blik werpen op de mooie versiering en dan weer terug) , zei Onny.
De twee anderen, Lenie en Vonnie, keken elkaar aan en trokken hun schouders op. De stem van Onny was overtuigend genoeg en trok hen allen over de streep.
De zon scheen niet meer zo fel en Onny deed zijn zonnebril af en stopte die in zijn borstzak. Lenie keek omhoog naar de versierde bogen. Plotseling viel er een rode gloeilamp naar beneden. Het viel kapot voor haar voeten. Haar hart sloeg over van schrik. ‘Hey kembalisudah..itu tanda mengkali..lampu pitjah’ (Zullen we maar teruggaan…een voorteken…een lamp ging kapot) , zei Lenie.
Ah nda, sepotong sadja, sampai di bocht, dan katong kembali
(Neeeeeeh…klein stukje maar tot bij de bocht, dan gaan we terug), zei Onny

Er waren zoveel voorzorgsmaatregelen getroffen de laatste tijd. Tijdens de kapingen mochten ze de wijk niet verlaten en iedereen had de plicht om zich te legitimeren. Mariniers hadden zich verscholen in de weilanden rondom de wijk. De wijk was ingesloten. Een huiszoekingsbevel werd afgegeven door de rechter. Die dag kon Onny zich nog heel goed herinneren. De enorme blauwe pantserwagen die inééns vlak voor het huiskamerraam langsreed en het mooie rozenperk van zijn vader vernielde. Zijn jongere zusjes gilden en waren bang. Gebonk op het raam. De mariniers keken angstig uit hun ogen. Zijn broer die wat wilde zeggen, werd grof tegen de muur geduwd. Het zaad van ‘haat’ begon zich te ontspruiten. De woorden van zijn vader echode in zijn hoofd. ‘Jangan pertjaja belanda, dapat tai par bai’ (Geloof geen Hollander, je krijgt stank voor dank). Hij hoorde geweerschoten. Een kogel die terugkaatste van de buitenmuur tegen de blauwe gevaarte.
Alstublieft, wilt u alle ramen en luikjes dicht doen?’, klonk er vanuit een megafoon.
Na de kapingen, terwijl de mensen nog moesten bijkomen van het verlies, was de wijk een soort trekpleister geworden voor dagjesmensen. Dafjes en Simca’s reden door de wijk, met nieuwsgierige Nederlanders die die autoraampjes goed dicht hielden. Onny keek een kleine Hollandse jongen zo fel aan, dat deze spontaan begon te janken. De chauffeur van de auto gaf gas en reed snel de wijk uit. ‘Oprotten’, schreeuwde Onny.

Aku bimbang’ (Ik twijfel) , zei Lenie. Onny leek de boodschap van Lenie niet te horen. Hij was ergens anders met zijn gedachten. Hij voelde zijn hart in zijn keel kloppen. Hij perste zijn lippen stijf op elkaar en onderdrukte de drang om te schreeuwen. ‘Hoe kunnen zij feestvieren terwijl wij nog zoveel verdriet hebben’, dacht Onny.

Onny keek even achterom. Hij zag de wijk die mooi groen kleurde. Hun geliefde plek, het grasveld. De bomen die steeds dikker en hoger werden. De kerk in het midden van de wijk. Het feestgezelschap in en buiten het jeugdlokaal. Spelende kinderen in de speeltuin.
Een gevoel van blijdschap verdrong zijn boze gevoelens.
Disana lebih rame….mari katong kembali’. (Ja, we gaan terug, het is daar gezelliger)
Lenie en Vonnie keken elkaar aan zuchten een slaak van opluchting.
Sabarang se’ ( Maakt niet uit ) zei Loekie.

Plots voelde Loekie een harde klap op zijn rug. Hij draaide zich verschrikt om en zag een grote Hollander met een flinke ketting in zijn hand. Een andere Hollander hief een stok in de lucht en schreeuwde…:
Wat doen jullie hier, vieze vuile Molukkers. Kapers!!! Onschuldige kinderen gijzelen. Dit is ons terrein!!’.

De vier vrienden dachten niet lang na en renden terug. Ze werden achterna gezeten door vier boomlange kerels. Ze bereikten de speeltuin. Buiten adem en met knikkende knieën, vertelden Lenie en Vonnie hun verhaal aan de oudere jongens die daar rondhingen. Loekie kermde nog na van de pijn aan zijn rug. Onny voelde aan zijn borstzakken en merkte dat hij zijn Rayban kwijt.

Eén van de oudere jongens snelde naar het jeugdlokaal. Lenie zag de vitrages opengaan. Mensen die naar buiten keken en onrustig heen en weer bewogen. Een groep had zich gevormd voor het jeugdlokaal.
Lenie en Vonnie tjepat pi pulang en tinggal di rumah!’, (Lenie en Vonnie, snel naar huis en blijf ook thuis), beval één van de oudere jongens.

Onny voelde aan dat deze avond anders zou gaan verlopen dan andere avonden…

…………wordt vervolgd………….

Bovensmilde 1977

Advertenties

Een gedachte over “Feestweek Bovensmilde

  1. Mamma Mia
    Here we go Againnummer

    Mooi verhaal Marije ehhhhh Linda, maar praat eens met Foo ( broer ) van Onny voordat je het vervolg schrijft.
    Wraak is erg….. maar mensen doen ook domme dingen.

    Ohho en Foo heeft mijn nummer 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s